AC T U A L I T É
9 3 4 R . D . C . 2 0 1 4 / 9 – N O V E M B R E 2 0 1 4 L A R C I E R
gelijkbaarheid van de in verband met betaalrekenin- gen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties, Pb.L. 257 van 28 augustus 2014, in werking getreden op 17 september 2014
BANK- EN KREDIETWEZEN
Bankverrichtingen – Bankrekening – Basisbankdienst BANK- EN KREDIETWEZEN
Betalingsdiensten BANQUE ET CRÉDIT
Opérations bancaires – Compte en banque – Service ban- caire de base
BANQUE ET CRÉDIT Services de paiement
Deze richtlijn beoogt de financiële mobiliteit van consu- menten te verbeteren door een minimum harmonisatie te introduceren op het vlak van vergelijkbaarheid van de aangerekende vergoedingen voor betaalrekeningen (verstrekking informatiedocument voor contractslui- ting, jaarlijkse kosteloze vergoedingsstaat, organisatie van vergelijkingswebsites, aanbieding overstapdienst, faciliteren van het door consumenten grensoverschrij- dend openen van rekeningen). De betrokken regels gel- den zowel voor betalingsdienstaanbieders als voor kre- dietinstellingen. Voormelde richtlijn bevat ook bepalin- gen inzake recht op toegang tot basisbetaalrekeningen.
De lidstaten moeten tot slot zorgen voor de aanduiding van de autoriteiten die bevoegd zijn voor de handhaving van de toepassing van de richtlijn en voor de terbeschik- kingstelling van de consument van een effectieve en effi- ciënte procedure voor alternatieve geschillenbeslech- ting. De richtlijn moet tegen 18 september 2016 zijn omgezet.
R.F.
Rectificatie van richtlijn nr. 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels, Pb.L. 212 van 18 juli 2014, inwerkingtreding onbepaald
FINANCIEEL RECHT
Algemeen – Depositobescherming DROIT FINANCIER
Généralités – Protection des dépôts
Deze rectificatie past de datum van intrekking van de richtlijn nr. 94/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 inzake de depositogarantiestel- sels (Pb.L. 135, 31 mei 1995) aan. De intrekking, initieel voorzien met ingang van 4 juli 2019, geschiedt nu met ingang van 4 juli 2016. De richtlijn nr. 2014/49/EU komt zodoende met ingang van 4 juli 2016 in de plaats van de opgeheven richtlijn nr. 94/19/EG.
R.F. en J.D.
Koninklijk besluit van 13 juli 2014 met betrekking tot gereglementeerde vastgoedvennootschappen (BS 16 juli 2014), in werking getreden op 16 juli 2014
FINANCIEEL RECHT
Financiële instellingen en tussenpersonen – Beleggings- ondernemingen – Gereglementeerde vastgoedvennoot- schappen
DROIT FINANCIER
Institutions et intermédiaires financiers – Sociétés d’investissement – Sociétés immobilières réglementées Dit koninklijk besluit geeft verdere uitvoering aan de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vast- goedvennootschappen en is deels gebaseerd op bepaalde regels die al bestonden in het KB van 7 decem- ber 2010 met betrekking tot vastgoedbevaks. Het KB regelt verder het statuut van de openbare gereglemen- teerde vastgoedvennootschap (vergunningsvoorwaar- den, werking, activiteiten en risicobeheer, verplichtin- gen en verbodsbepalingen) en van de institutionele gere- glementeerde vastgoedvennootschap (vergunning, wer- king, aandeelhouderstructuur, resultaatverwerking).
R.F. en J.D.
Koninklijk besluit van 4 september 2014 tot goed- keuring van het reglement van de sanctiecommissie van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Mark- ten van 13 juni 2014 tot wijziging van het reglement van inwendige orde van de sanctiecommissie van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten van 21 november 2011 (BS 15 september 2014), in wer- king getreden op 15 september 2014
FSMA (AUTORITEIT VOOR FINANCIËLE DIENSTEN EN MARKTEN)
Organisatie
FSMA (AUTORITÉ DES SERVICES ET MARCHÉS FINAN- CIERS)
Organisation
Dit koninklijk besluit keurt een aantal wijzigingen goed aan het reglement van inwendige orde van de sanctie- commissie van de FSMA. De wijzigingen betreffen in de eerste plaats het recht voor partijen of hun advocaten om vragen te stellen of om een bijkomend onderzoek te ver- zoeken. Dit moet volgens het nieuwe artikel 26 voortaan ter zitting ter kennis gebracht worden of binnen de 20 dagen na de zitting. Artikelen 26 en 27 van het reglement regelen verder de procedure aangaande dergelijk ver- zoek. In artikel 28 wordt een nieuwe regeling opgeno- men inzake de neerlegging van een bijkomende memorie door partijen en het directiecomité.
R.F.