AC T U A L I T É
1 0 8 R . D . C . 2 0 1 4 / 1 – J A N V I E R 2 0 1 4 L A R C I E R
De verordening bevat bepalingen inzake de samenwer- king met andere autoriteiten (zoals de EBA, de ESMA, de EIOPA en het Europees Comité voor systeemrisico’s en de andere autoriteiten die deel uitmaken van het ESPS), de exclusief aan de ECB opgedragen taken inzake pru- dentieel toezicht, de andere taken van de ECB en van de nationaal bevoegde autoriteiten, de samenwerking bin- nen het GTM, de samenwerking tussen de ECB met de lid- staten die de euro niet als munt hanteren, de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden van de ECB en de organisa- torische aspecten van het toezichtsmechanisme.
R.F.
Verordening (EU) nr. 1022/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijzi- ging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprich- ting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen krachtens Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad (Pb.L. 29 oktober 2013, afl. 287, inwerkingtre- ding 3 november 2013)
EUROPEES BANKRECHT
Toezicht op de kredietinstellingen DROIT BANCAIRE EUROPEEN Contrôle des banques
Door deze verordening worden een aantal technische aanpassingen aangebracht aan het regelgevend kader dat het statuut van de Europese Bankenautoriteit (EBA) bepaalt. De verordening hangt nauw samen met de door de Europese Commissie voorgestelde routekaart naar een bankenunie en de hiervoor besproken Verordening 1024/2013, waarbij aan de ECB bepaalde bevoegdheden worden opgedragen inzake het financieel toezicht. Deze verordening bepaalt onder meer dat de EBA haar taken op dezelfde wijze kan uitvoeren tegenover de ECB als tegenover de nationale bevoegde autoriteiten, regelt de betrokkenheid van de EBA bij relevante ontwikkelingen en bijeenkomsten en voert verdere bepalingen in inzake de organisatie van de EBA (stemregeling, samenstelling raad van bestuur, financiële en personele middelen).
R.F.
Koninklijk besluit van 19 september 2013 tot goed- keuring van het reglement van de Nationale Bank van België van 18 juni 2013 op het eigen vermogen van de instellingen voor elektronisch geld en de belegging van de geldmiddelen die in ruil voor het uitgegeven elektronisch geld worden ontvangen (BS 3 oktober 2013, inwerkingtreding op dezelfde datum)
PUBLIEK BANKRECHT Nationale Bank van België
TOEZICHT OP DE KREDIETINSTELLINGEN Instellingen voor elektronisch geld
DROIT BANCAIRE PUBLIC Banque Nationale de Belgique CONTROLE DES BANQUES
Etablissement de monnaie électronique
Dit koninklijk besluit keurt het reglement goed van de Nationale Bank van België van 18 juni 2013, genomen in uitvoering van de artikelen 72, § 2, 77, § 1, tweede lid en 78 van de wet van 21 december 2009 betreffende het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellin- gen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssyste- men (BS 19 januari 2009 zoals gewijzigd door de wet van 27 november 2012). Het als bijlage bij dit koninklijk besluit gevoegde reglement beoogt de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betref- fende de toegang tot, de uitoefening van en het pruden- tieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG (Pb.L. 10 oktober 2009, afl. 267).
Het goedgekeurde reglement regelt meer bepaald de minimumvereisten inzake de samenstelling van het eigen vermogen van instellingen voor elektronisch geld en wat beschouwd moet worden als veilige activa voor de belegging van de geldmiddelen die worden ontvangen in ruil voor het uitgegeven elektronisch geld.
R.F.
Koninklijk besluit van 26 september 2013 tot wijzi- ging, met het oog op de omzetting van de Richtlijnen 2010/73/EU en 2010/78/EU, van het koninklijk besluit van 26 september 2006 tot uitbreiding van het begrip gekwalificeerde belegger en het begrip institutionele of professionele belegger, van het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, van het koninklijk besluit van 23 mei 2007 met betrekking tot de private privak, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepa- ling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten en van het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt (BS 9 oktober 2013, inwerkingtreding 19 oktober 2013) FINANCIEEL RECHT
Algemeen – Informatieverschaffing – Openbaar karakter financiële verrichting – Financiële markten – Prospectus – Financiële instellingen en tussenpersonen – Openbare uitgifte – Transparantie