AC T U A L I T E I T
L A R C I E R T . B . H . 2 0 1 4 / 1 – J A N U A R I 2 0 1 4 1 0 7
2. B
ANKRECHTENFINANCIEELRECHT/ D
ROIT BANCAIREETFINANCIERRégine Feltkamp
2en Elisabeth Wellekens
3Wetgeving/Législation
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1002/2013 van de Commissie van 12 juli 2013 tot wijziging, ten aan- zien van de lijst van vrijgestelde entiteiten, van Veror- dening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parle- ment en de Raad betreffende OTC-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (Pb.L. 19 oktober 2013, afl. 279, inwerkingtreding 8 november 2013) FINANCIEEL RECHT
Europees financieel recht – Financiële instellingen en tussenpersonen – Derivatenspecialisten
DROIT FINANCIER
Droit financier européen – Institutions et intermédiaires financiers – Spécialistes en dérivés
De Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1002/2013 van de Commissie van 12 juli 2013 wijzigt Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende OTC-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (Pb.L. 27 juli 2012, afl. 201) door centrale banken en overheidsorganen die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van de overheidsschuld uit Japan en de Verenigde Staten van Amerika toe te voegen aan de lijst van vrijgestelde enti- teiten bedoeld in Verordening (EU) nr. 648/2012. Deze wijziging is erop gericht neutrale marktomstandigheden te bevorderen en bij te dragen tot grotere internationale coherentie en consistentie door te garanderen dat cen- trale banken en de bedoelde overheidsorganen hun taken op toereikende wijze kunnen blijven verrichten, zonder clearing- en rapportageverplichtingen die voor (OTC)-derivaten geldt.
R.F. en E.W.
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1003/2013 van de Commissie van 12 juli 2013 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot door de Europese Autoriteit voor effecten en markten aan transactieregisters aangerekende vergoedingen (Pb.L. 19 oktober 2013, afl. 279, inwerkingtreding 22 oktober 2013)
FINANCIEEL RECHT
Europees financieel recht – Financiële instellingen en tussenpersonen – Derivatenspecialisten
DROIT FINANCIER
Droit financier européen – Institutions et intermédiaires financiers – Spécialistes en dérivés
Deze Gedelegeerde Verordening legt de regels vast betreffende de vergoedingen die de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) aan transactieregisters mag aanrekenen om de kosten van ESMA voor het ver- werken van de aanvraag om registratie te weerspiegelen alsmede de kosten verbonden aan het toezicht op de geregistreerde transactieregisters. Deze Gedelegeerde Verordening bepaalt o.a. de soorten vergoedingen, de zaken waarvoor een vergoeding moet worden betaald, de hoogte van de vergoedingen en de wijze waarop deze moeten worden betaald.
R.F. en E.W.
Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betref- fende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (Pb.L. 29 oktober 2013, afl. 287, inwerkingtreding 3 november 2013)
EUROPEES BANKRECHT
Toezicht op de kredietinstellingen DROIT BANCAIRE EUROPEEN Contrôle des banques
Met deze verordening worden aan de Europese Centrale Bank (“ECB”) specifieke taken toegewezen in het kader van het Europese gemeenschappelijk toezichtsmecha- nisme (“GTM”) waarbij het financieel toezicht wordt ver- deeld tussen de ECB en de nationaal bevoegde autoritei- ten van de lidstaten die deelnemen aan de GTM. Deze laatste zijn de lidstaten die de euro als munt hanteren en, onder bepaalde voorwaarden, de lidstaten die de euro niet als munt hanteren maar die deelnemen door hun nationale bevoegde autoriteiten een nauwe samenwer- king te laten aangaan met de ECB. Met het nieuwe toe- zichtsmechanisme wordt de ECB verantwoordelijk voor het direct toezicht op de belangrijke kredietinstellingen o.m. wat betreft de toekenning en intrekking van vergun- ningen. Daarnaast worden een aantal toezichtbevoegd- heden uitgeoefend door de ECB en de nationaal bevoegde autoriteiten. Het criterium van de “belangrijk- heid” voor het exclusief toezicht van de ECB moet wor- den ingevuld rekening houdend met de waarde van de activa van de betrokken instelling, het belang van deze instelling voor de economie van het land van vestiging of voor de EU, het belang van de grensoverschrijdende acti- viteiten van deze instelling en de steun die deze instel- ling heeft aangevraagd of ontvangen via het Europees Stabiliteitsmechanisme of de Europese Faciliteit voor Financiële Stabiliteit.
2. Docent VUB, advocaat te Brussel.
3. Advocaat te Brussel.
AC T U A L I T É
1 0 8 R . D . C . 2 0 1 4 / 1 – J A N V I E R 2 0 1 4 L A R C I E R
De verordening bevat bepalingen inzake de samenwer- king met andere autoriteiten (zoals de EBA, de ESMA, de EIOPA en het Europees Comité voor systeemrisico’s en de andere autoriteiten die deel uitmaken van het ESPS), de exclusief aan de ECB opgedragen taken inzake pru- dentieel toezicht, de andere taken van de ECB en van de nationaal bevoegde autoriteiten, de samenwerking bin- nen het GTM, de samenwerking tussen de ECB met de lid- staten die de euro niet als munt hanteren, de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden van de ECB en de organisa- torische aspecten van het toezichtsmechanisme.
R.F.
Verordening (EU) nr. 1022/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijzi- ging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprich- ting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen krachtens Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad (Pb.L. 29 oktober 2013, afl. 287, inwerkingtre- ding 3 november 2013)
EUROPEES BANKRECHT
Toezicht op de kredietinstellingen DROIT BANCAIRE EUROPEEN Contrôle des banques
Door deze verordening worden een aantal technische aanpassingen aangebracht aan het regelgevend kader dat het statuut van de Europese Bankenautoriteit (EBA) bepaalt. De verordening hangt nauw samen met de door de Europese Commissie voorgestelde routekaart naar een bankenunie en de hiervoor besproken Verordening 1024/2013, waarbij aan de ECB bepaalde bevoegdheden worden opgedragen inzake het financieel toezicht. Deze verordening bepaalt onder meer dat de EBA haar taken op dezelfde wijze kan uitvoeren tegenover de ECB als tegenover de nationale bevoegde autoriteiten, regelt de betrokkenheid van de EBA bij relevante ontwikkelingen en bijeenkomsten en voert verdere bepalingen in inzake de organisatie van de EBA (stemregeling, samenstelling raad van bestuur, financiële en personele middelen).
R.F.
Koninklijk besluit van 19 september 2013 tot goed- keuring van het reglement van de Nationale Bank van België van 18 juni 2013 op het eigen vermogen van de instellingen voor elektronisch geld en de belegging van de geldmiddelen die in ruil voor het uitgegeven elektronisch geld worden ontvangen (BS 3 oktober 2013, inwerkingtreding op dezelfde datum)
PUBLIEK BANKRECHT Nationale Bank van België
TOEZICHT OP DE KREDIETINSTELLINGEN Instellingen voor elektronisch geld
DROIT BANCAIRE PUBLIC Banque Nationale de Belgique CONTROLE DES BANQUES
Etablissement de monnaie électronique
Dit koninklijk besluit keurt het reglement goed van de Nationale Bank van België van 18 juni 2013, genomen in uitvoering van de artikelen 72, § 2, 77, § 1, tweede lid en 78 van de wet van 21 december 2009 betreffende het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellin- gen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssyste- men (BS 19 januari 2009 zoals gewijzigd door de wet van 27 november 2012). Het als bijlage bij dit koninklijk besluit gevoegde reglement beoogt de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betref- fende de toegang tot, de uitoefening van en het pruden- tieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG (Pb.L. 10 oktober 2009, afl. 267).
Het goedgekeurde reglement regelt meer bepaald de minimumvereisten inzake de samenstelling van het eigen vermogen van instellingen voor elektronisch geld en wat beschouwd moet worden als veilige activa voor de belegging van de geldmiddelen die worden ontvangen in ruil voor het uitgegeven elektronisch geld.
R.F.
Koninklijk besluit van 26 september 2013 tot wijzi- ging, met het oog op de omzetting van de Richtlijnen 2010/73/EU en 2010/78/EU, van het koninklijk besluit van 26 september 2006 tot uitbreiding van het begrip gekwalificeerde belegger en het begrip institutionele of professionele belegger, van het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, van het koninklijk besluit van 23 mei 2007 met betrekking tot de private privak, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepa- ling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten en van het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt (BS 9 oktober 2013, inwerkingtreding 19 oktober 2013) FINANCIEEL RECHT
Algemeen – Informatieverschaffing – Openbaar karakter financiële verrichting – Financiële markten – Prospectus – Financiële instellingen en tussenpersonen – Openbare uitgifte – Transparantie