• Aucun résultat trouvé

Article

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2022

Partager "Article"

Copied!
2
0
0

Texte intégral

(1)

RE C H T S P R A A K

L A R C I E R T . B . H . 2 0 1 2 / 3 – M A A R T 2 0 1 2 2 9 7

H O F V A N B E RO E P A N T W E R P E N 19 J A N U A R I 2011

VERZEKERINGEN

Landverzekering – Zaakverzekering – Brandverzeke- ring – Schade veroorzaakt buiten de verzekerde goede- ren – Stuk slaan van een ruit – Dienstig middel tot redding – Redding van personen – Geen toepassing artikel 62 wet landverzekeringsovereenkomst – Geen reddingskosten artikel 52 wet landverzekeringsovereen- komst

Wanneer niet bewezen is dat het uitslaan van een ruit strekte tot redding of blussing van de verzekerde goederen doch bedoeld was tot redding van personen, is de brandverzeke- raar niet krachtens artikel 62 wet landverzekeringsovereen- komst gehouden om de schade te vergoeden die hierdoor aan een geparkeerd voertuig werd veroorzaakt.

Het zijn evenmin reddingskosten in de zin van artikel 52 wet landverzekeringsovereenkomst daar het niet gaat om kosten die voortvloeien uit dringende en redelijke maatregelen ter voorkoming of beperking van de schade aan de verzekerde goederen.

ASSURANCES

Assurance terrestre – Assurance de choses – Assurance incendie – Dommages causés en dehors des biens assurés – Briser une vitre – Moyen utile de sauvetage – Sauvetage de personnes – Pas d’application de l’article 62 loi sur le contrat d’assurance terrestre – Pas de frais de sauvetage au sens de l’article 52 loi sur le contrat d’assurance ter- restre

Lorsqu’il n’est pas prouvé que le bris de la vitre a servi au sauvetage ou à l’extinction des biens assurés mais bien au sauvetage de personnes, l’assureur incendie n’est pas tenu en vertu de l’article 62 de la loi sur le contrat d’assurance terrestre d’indemniser le dommage causé de ce fait à un véhicule garé.

Il ne s’agit pas non plus de frais de sauvetage au sens de l’article 52 de la loi sur le contrat d’assurance terrestre étant donné qu’il ne s’agit pas de frais qui découlent de mesures urgentes et raisonnables pour la prévention ou la limitation d’un dommage aux biens assurés.

Ethias NV / R.S., O.A. e.a.

Zet.: K. Van Haelst (raadsheer)

Pl.: Mrs. T. Van Meerbergen loco H. Celen en I. Verreet loco P. Schryvers, M. Janssens

1. Wat voorafgaat

1.1. Op 12 maart 2008 lieten de erfgenamen van F.S. dag- vaarding betekenen aan de heer O.A. en aan Ethias om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout.

De oorzaak van de eis zoals uiteengezet in de inleidende dagvaarding is als volgt.

F.S. is overleden op 18 augustus 2005.

Op 4 september 2004 parkeerde F.S. zijn personenwagen Opel Corsa omstreeks 14u30 aan het Merode-center te Turn- hout.

Op 4 september 2004 brak brand uit in het Merode-center.

De heer O.A. sloeg omwille van de brand de ruit van zijn appartement stuk en daardoor kwamen talrijke scherven terecht op het voertuig Opel Corsa van F.S. Het voertuig van F.S. werd daardoor beschadigd.

De erfgenamen van F.S. evalueren hun schade op 3.976,20 EUR, te vermeerderen met vergoedende interesten vanaf 4 september 2004.

Zij stellen een rechtstreekse eis in tegen Ethias op grond van de aangevoerde wettelijke verplichtingen conform de wet op de landverzekeringsovereenkomst door Ethias als brandver- zekeraar van de eigenaar van het Merode-center met betrek-

king tot het risico Merode-center ten gunste van hen. Zij stel- len hun eis in tegen O.A. op grond van artikel 1382 Burger- lijk Wetboek.

1.2. Het voorwerp van de eis is de veroordeling in solidum van O.A. en van Ethias om aan hen te betalen 3.976,20 EUR, meer de vergoedende interesten vanaf 4 september 2004 en de gerechtelijke interesten.

1.3. Ethias concludeerde tot de ongegrondheid van de eis.

1.4. De heer O.A. concludeerde tot de ontoelaatbaarheid, minstens ongegrondheid van de eis.

(…)

3. De eisen in hoger beroep (…)

Beoordeling (…)

6. Over het geschilpunt van de al dan niet gehoudenheid tot dekking van NV Ethias voor de schade buiten de verzekerde goederen aan het voertuig van de erfgenamen van F.S. op grond van artikel 62 van de wet van 25 juni 1992 op de land- verzekeringsovereenkomst.

(2)

JU R I S P R U D E N C E

2 9 8 R . D . C . 2 0 1 2 / 3 – M A R S 2 0 1 2 L A R C I E R

6.1. De eerste rechter heeft geoordeeld dat NV Ethias gehou- den is tot dekking op grond van artikel 62, 1° van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst. De eer- ste rechter oordeelde dat het stukslaan van de ruit een dien- stig middel was tot de redding.

6.2. NV Ethias is daardoor gegriefd. Zij voert aan dat krach- tens artikel 62, 1° van de wet van 25 juni 1992 op de land- verzekeringsovereenkomst de verzekeringsdekking zich uit- strekt tot schade aan goederen buiten de verzekerde goede- ren door hulpverlening of door een dienstig middel tot het behoud, het blussen of de redding van de verzekerde goede- ren en dat de verzekeringsdekking zich niet uitstrekt tot schade aan goederen buiten de verzekerde goederen door hulpverlening of door een dienstig middel tot redding van personen in plaats van tot redding van de verzekerde goede- ren.

NV Ethias voert aan dat zij krachtens deze bepaling niet gehouden is tot dekking van de schade aan goederen buiten de verzekerde goederen, die veroorzaakt is door dienstige middelen tot redding van personen.

6.3. De erfgenamen van F.S. werpen tegen dat NV Ethias aan de wettekst van artikel 62 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst een beperking toevoegt, die niet in de wettekst voorkomt, te weten dat de uitbreiding van dekking voorzien door artikel 62 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst alleen de schade veroorzaakt door hulpverlening of enig dienstig middel dat het behoud, het blussen op de redding van de verzekerde goederen tot voorwerp heeft.

6.4. Het hof oordeelt dat de wil van de wetgever in casu blijkt uit de memorie van toelichting bij de wet. De bedoe- ling van de wetgever is dat de zaakschadeverzekeraar van de verzekerde goederen bij uitbreiding van de dekking ook de schade buiten de verzekerde goederen dient te dekken die aan deze goederen is veroorzaakt door hulpverlening of enig dienstig middel tot het behoud, het blussen of de redding van de verzekerde goederen. Hiermee bedoelt de wetgever de schade veroorzaakt door hulpverlening of enig dienstig mid- del tot het behoud, het blussen of de redding van de verze- kerde goederen.

De wetgever heeft deze uitbreiding van dekking goedge- keurd omdat de verzekeraar er baat bij heeft dat de reddings- maatregelen worden genomen, aangezien de reddingsmaat-

regelen ertoe strekken de schade, die de verzekeraar moet vergoeden, te beperken.

Het uitslaan van de ruit betreft in casu geen dienstig middel tot behoud, redding of blussing van de verzekerde goederen.

Het is niet aangetoond dat het uitslaan van de ruit strekte tot redding van de door NV Ethias verzekerde goederen.

Het hof oordeelt dus dat NV Ethias krachtens artikel 62 van de wet van 25 juni 1992 op landverzekeringsovereenkomst niet gehouden is om de schade aan het voertuig van de erf- genamen van F.S. te vergoeden.

7. Over het geschilpunt over de gehoudenheid van NV Ethias voor de schade aan het voertuig van de erfgenamen van F.S. op grond van artikel 52 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst.

7.1. Artikel 52 van de wet van 25 juni 1992 op de landverze- keringsovereenkomst bepaalt wat volgt:

“De kosten die voortvloeien, zowel uit de maatregelen die de verzekeraar heeft gevraagd om de gevolgen van het schade- geval te voorkomen of te beperken als uit de dringende en redelijke maatregelen die de verzekerde uit eigen beweging heeft genomen om bij een acuut gevaar een schadegeval te voorkomen, of, zodra het schadegeval ontstaat, om de gevol- gen ervan te voorkomen of te beperken, worden, mits zij met de zorg van een goed huisvader zijn gemaakt, door de verze- keraar gedragen, ook wanneer de aangewende pogingen vruchteloos zijn geweest. Zij komen te zijne laste zelfs boven de verzekerde som.”

7.2. De erfgenamen van F.S. voeren aan dat zij kosten vorde- ren, voortvloeiend uit maatregelen die de heer O.A. heeft genomen om de gevolgen van het schadegeval te beperken.

7.3. Het hof oordeelt dat de reddingskosten in de wil van de wetgever betrekking hebben op reddingskosten met betrek- king tot de verzekerde goederen. Dit blijkt uit de voorberei- dende werken van de wet van 25 juni 1992 op de landverze- keringsovereenkomst. In casu gaat het niet om kosten die voortvloeien uit dringende en redelijke maatregelen ter voorkoming of beperking van de schade aan de verzekerde goederen.

8. Het hof komt tot de conclusie dat het hoger beroep van NV Ethias gericht tegen de erfgenamen van F.S. gegrond is.

(…)

Références

Documents relatifs

Als bijlage bij de aangifte bedoeld in § 1 deelt het warmtebedrijf tevens, in elektronische vorm, voor elk van de maanden waarop de aangifte van

Kortom zal er sprake zijn van fi nanciering van terrorisme in- dien geldmiddelen of andere vermogensbestanddelen worden verstrekt of verzameld, waarbij deze worden gebruikt door

Virtuele valuta (in de enge zin van het woord) kunnen niet gezien worden als elektronisch geld (zie hieromtrent supra, onder art. 4, 35 o van de Wet) en vallen aldus volledig buiten

“ 22 o de in België gevestigde natuurlijke of rechtspersonen, die ten minste één van de activiteiten uitoefenen bedoeld in artikel 4, eerste lid, 2) tot en met 12), 14) en 15), van

§ 4. Na advies van de coördinatieorganen en rekening houdend met het resul- taat van de nationale risicobeoordeling bedoeld in artikel 68, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld

juni 2021 - Besluit van de Minister-President tot opheffing van het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 4 mei 2021 tot bepaling

“Schendt artikel 41 wet landverzekeringsovereenkomst [van 25 juni 1992], dat slechts een wettelijke indeplaatsstelling voorziet tegen aansprakelijke derden, de artikelen 10 en 11 van

Dans l’arrêt “Colombani contre France” du 25 juin 2001, la Cour européenne des droits de l’homme a déjà jugé que les lois pénales particulières relatives aux offenses