• Aucun résultat trouvé

Article

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2022

Partager "Article"

Copied!
2
0
0

Texte intégral

(1)

AC T U A L I T E I T

L A R C I E R T . B . H . 2 0 1 4 / 7 – S E P T E M B E R 2 0 1 4 7 1 5

tieve belegging en hun beheerders (BS 17 juni 2014, in werking getreden op 27 juni 2014).

R.F.

Wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe- zicht op de kredietinstellingen (BS 7 mei 2014, de meeste bepalingen zijn in werking getreden op 7 mei 2014, m.u.v. het verbod op handel voor eigen reke- ning (vanaf 1 januari 2015) en sommige bepalingen inzake resolutie van kredietinstellingen en het toe- zicht op kredietinstellingen)

BANK- EN KREDIETWEZEN Toezicht op de kredietinstellingen BANQUE ET CRÉDIT

Contrôle des banques

Deze wet vervangt de wet van 22 maart 1993 en zet Richtlijn 2013/36/EU van 26 juni 2013 betreffende toe- gang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het pru- dentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingson- dernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/

49/EG (“CRD IV”) om naar Belgisch recht. Met dit nieuw wetgevend kader beoogt de wetgever het statuut van kredietinstellingen te verstevigen. Deze omvangrijke wet bevat nieuwe voorschriften inzake onder meer:

– eigen vermogen, kapitaalbuffers en liquiditeit;

– corporate governance;

– beloningsbeleid;

– verbod op trading voor eigen rekening;

– bescherming van de depositohouders/spaarders via een algemeen voorrecht op de roerende goede- ren;

– bankherstel- en resolutieplannen.

Door de wet worden ook de aanpassingen doorgevoerd ter implementatie van de GTM-Verordening. De wet wordt aangevuld met (i) de wet van 25 april 2014 hou- dende diverse bepalingen (zie hieronder), (ii) de wet van 25 april 2014 tot invoering van mechanismen voor een macroprudentieel beleid en tot vaststelling van de speci- fieke taken van de Nationale Bank van België in het kader van haar opdracht om bij te dragen tot de stabiliteit van de financiële sector (zie hieronder), en (iii) de wet van 8 mei 2014 tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België (zie hieronder).

Zij gaat verder gepaard met diverse koninklijke besluiten die reglementen van de Nationale Bank van België goed- keuren, zoals (i) het koninklijk besluit van 25 april 2014 tot goedkeuring van het reglement van 1 april 2014 van de Nationale Bank van België betreffende de handelsac- tiviteiten voor eigen rekening (BS 7 mei 2014), (ii) het koninklijk besluit van 25 april 2014 tot goedkeuring van het reglement van 1 april 2014 van de Nationale Bank van België aangaande bezwaarde activa in het kader van

herstelplannen (de zogeheten “asset encumbrance ratio”) (BS 7 mei 2014), (iii) het koninklijk besluit van 25 april 2014 tot goedkeuring van het reglement van 16 april 2014 van de Nationale Bank van België op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en de beurs- vennootschappen (BS 7 mei 2014) en (iv) het koninklijk besluit van 10 april 2014 tot goedkeuring van het regle- ment van 4 maart 2014 van de Nationale Bank van België betreffende de tenuitvoerlegging van Verordening nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 (BS 15 mei 2014).

R.F. en E.W.

Wet van 25 april 2014 tot invoering van mechanis- men voor een macroprudentieel beleid en tot vast- stelling van de specifieke taken van de Nationale Bank van België in het kader van haar opdracht om bij te dragen tot de stabiliteit van de financiële sector (BS 7 mei 2014, in werking getreden op 17 mei 2014) BANK- EN KREDIETWEZEN

Publiek bankrecht – Nationale Bank van België – Macro- prudentieel toezicht – Financiële stabiliteit

BANQUE ET CRÉDIT

Droit bancaire public – Banque Nationale de Belgique – Contrôle macroprudentiel – Stabilité financière

Deze wet geeft uitvoering aan de Aanbeveling van het Europees Comité voor Systeemrisico’s (ESRB/2011/3) van 22 december 2011 inzake het macroprudentieel mandaat van nationale autoriteiten door in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek sta- tuut van de Nationale Bank van België (BS 28 maart 1998) een reeks bepalingen te introduceren waardoor de NBB de opdracht krijgt om bij te dragen tot de stabili- teit van het financiële stelsel. Hiertoe moet zij zorgen voor de opsporing, de beoordeling en de opvolging van de verschillende factoren en ontwikkelingen die de sta- biliteit van het financiële stelsel kunnen aantasten, en door middel van aanbevelingen bepalen welke maatre- gelen de diverse betrokken autoriteiten ten uitvoer zou- den moeten leggen om bij te dragen tot de stabiliteit van het financiële stelsel als geheel, met name door de robuustheid van het financiële stelsel te versterken, door systeemrisico’s te voorkomen en door de gevolgen van een eventuele verstoring te beperken. De NBB krijgt de bevoegdheid om een reeks door deze wet bepaalde maatregelen vast te stellen. Bij een tweede wet van 25 april 2014 (BS 7 mei 2014) werd in voormelde wet van 22 februari 1998 een artikel 36/45 ingelast krach- tens welke er geen beroep tot schorsing of nietigverkla- ring mogelijk is bij de Raad van State tegen de aanbeve- lingen van de NBB. Er is tevens bepaald dat tegen beslui- ten met verordenende of individuele strekking die de NBB of de nationale autoriteiten hebben genomen beroep tot nietigverklaring kan worden ingesteld bij de Raad van State volgens een door de Koning vastgestelde

(2)

AC T U A L I T É

7 1 6 R . D . C . 2 0 1 4 / 7 – S E P T E M B R E 2 0 1 4 L A R C I E R

versnelde procedure, met uitsluiting van elke andere beroepsmogelijkheid.

R.F.

Wet van 25 april 2014 tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsonderne- mingen, de wet van 16 februari 2009 op het herver- zekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en in de wet van het toezicht op de beleg- gingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toe- gang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentrans- acties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten (BS 28 mei 2014, in werking getreden op 7 juni 2014)

FINANCIEEL RECHT

Financiële markten – Verrekenings- en vereffenings- instelling

FSMA

Bevoegdheden

BANK- EN KREDIETWEZEN

Publiek bankrecht – Nationale Bank van België DROIT FINANCIER

Marchés financiers – Organisme de compensation et organisme de liquidation

FSMA Compétences BANQUE ET CRÉDIT

Droit bancaire public – Banque Nationale de Belgique Deze wet beoogt de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effecten- transacties in betalings- en afwikkelingssystemen. Die richtlijn implementeert Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende OTC-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters, die de afwikkeling van OTC-deriva- ten onderwerpt aan de tussenkomst van centrale tegen- partijen of deze instrumenten onderwerpt aan bijzon-

dere risicobeperkende maatregelen, de informatieverga- ring inzake derivatentransacties in een centraal trans- actieregister voorziet en de voorwaarden en de procedures vastlegt voor de verlening van een vergun- ning aan de centrale tegenpartijen en aan de transactie- registers. Het doel van deze regelgeving is de veiligheid, de efficiëntie en de transparantie van de OTC-derivaten- markt te verbeteren. Voormelde wet zorgt voor de aan- passingen aan het Belgisch regelgevend kader die nodig zijn voor de implementatie van het Europese kader op het vlak van de autoriteiten die belast zullen zijn met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de veror- dening en met de vergunningverlening aan de centrale tegenpartijen. Zo wordt de NBB bevoegd gemaakt voor de toekenning van de vergunning aan en het prudentieel toezicht over de centrale tegenpartijen. De FSMA ver- leent advies over de vergunningsaanvraag en wordt bevoegd gemaakt voor o.m. het toezicht op de naleving van de toepasselijke gedragsregels en belangenconflic- ten. Voormelde wet legt ook nader de samenwerking tus- sen beide bevoegde autoriteiten vast.

R.F.

Wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van Vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële dien- sten (BS 27 mei 2014, inwerkingtreding op 1 november 2014)

FINANCIEEL RECHT

Financiële instellingen en tussenpersonen – Onafhanke- lijk financieel planners

DROIT FINANCIER

Institutions et intermédiaires financiers – Planificateurs financiers indépendants

Deze wet onderwerpt de onafhankelijk financiële plan- ners aan een eigen statuut. Zij worden onderworpen aan bedrijfsvergunningsvoorwaarden, bedrijfsuitoefenings- voorwaarden, bepalingen inzake onafhankelijkheid, gedragsregels bij het verstrekken van raad over finan- ciële planning aan niet-professionele cliënten en aan het toezicht van de FSMA. De wet geldt voor natuurlijke per- sonen of rechtspersonen waarvan de gewone professio- nele activiteit, ook al vormt die voor hen een aanvullende of bijkomende activiteit, erin bestaat op het Belgisch grondgebied aan niet-professionele cliënten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 29° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (BS 4 september 2002), raad over financiële planning te verstrekken of aan te bieden. Dit impliceert raad over het optimaliseren, met name van de structuur, de planning in de tijd, de bescherming, de juri-

Références

Documents relatifs

Op deze manier komen er meer benzinewagens in aanmerking voor een korting wat een verschuiving van diesel naar de minder fi jn stof-uitstotende benzine mogelijk moet

Voorzitter Herman De Croo herinnert eraan dat de Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de bena- ming «Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Ge- west» krijgt en niet die

Wet van 25 april 2014 tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002

Wet van 25 april 2014 tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002

Wet van 2 juli 2010 tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van de wet van 22 februari 1998 tot

Le présent accord de coopération fournit également un cadre permettant le suivi de contacts à l'aide d'une application numérique de traçage de contacts. Une application

Dans l’arrêt “Colombani contre France” du 25 juin 2001, la Cour européenne des droits de l’homme a déjà jugé que les lois pénales particulières relatives aux offenses

Gelet op het ministerieel besluit van 10 juni 1999 houdende benoeming van de leden van het College van geneesheren voor de functie “intensieve zorg”, gewijzigd door het