049.LAVRYSEN.Bedelarij.5817.doc
Bedelen is een mensenrecht
Op 19 januari 2021 oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in het Lacatus-arrest dat Zwitserland in strijd handelde met artikel 8 EVRM door een bedelaar te bestraffen. Het is de eerste maal dat het Hof erkent dat bedelen bescherming geniet onder het EVRM. Ook in België zullen lokale besturen hun politiereglementen tegen het licht van dit arrest moeten houden.
Laurens Lavrysen
en Roemeense vrouw die behoort tot de Romagemeenschap, kreeg op 22 juli 2011 een boete van 100 Zwitserse frank (ongeveer 93 euro) op basis van de strafwet van het kanton Genève, die elke vorm van bedelen verbiedt. Ze werd ook gefouilleerd en haar bedelopbrengsten werden in beslag genomen. In de periode tussen 2011 en 2013 kreeg ze nog achtmaal een boete van 100 Zwitserse frank. Ze werd ook tweemaal gearresteerd. Uiteindelijk werd ze in 2015 voor vijf dagen onderworpen aan een vervangende gevangenisstraf wegens niet-betaling van de opgelegde geldboetes.
E
Het Hof moet zich eerst uitspreken over de vraag of bedelen überhaupt binnen het toepassingsgebied van het EVRM valt.
Hoewel de verzoeker ook klaagt onder het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) en het discriminatieverbod (artikel 14 EVRM), acht het Hof het passender om de klacht enkel vanuit het oogpunt van het recht op eerbiediging van het privéleven (artikel 8 EVRM) te onderzoeken. Het Hof brengt in herinnering dat de notie privéleven een breed begrip is, dat onder meer het recht omvat om relaties te onderhouden met medemensen en met de buitenwereld. Bovendien moet ook rekening gehouden worden met de menselijke waardigheid, een begrip dat ten grondslag ligt aan het EVRM. Volgens het Hof wordt die menselijke waardigheid ernstig aangetast wanneer een persoon zich in een situatie bevindt waarin hij of zij niet over voldoende bestaansmiddelen beschikt. Om die redenen besluit het Hof dat het recht om hulp aan anderen te vragen, in het bijzonder voor personen zonder voldoende bestaansmiddelen, beschermd wordt door artikel 8 EVRM.
BELANGENAFWEGING
Bedelen is met andere woorden een mensenrecht. Het inperken van dat recht is dan ook enkel toelaatbaar binnen de grenzen van de beperkingsgronden die voorzien zijn in artikel 8 EVRM. Beperkingen moet een legitiem doel dienen, een wettelijke basis hebben en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving. In deze zaak aanvaardt het Hof gemakkelijk dat de eerste twee criteria vervuld zijn, en focust het voornamelijk op het laatste criterium. Dat vereist dat een beperkingsmaatregel het evenwicht tussen het door het mensenrecht beschermde belang en de belangen van de maatschappij niet verstoort. De nationale autoriteiten beschikken daarbij over een zekere appreciatiemarge, maar het is de taak van het Hof om na te gaan of zij de proportionaliteit van de bestreden maatregel op een overtuigende manier aangetoond en afdoende gemotiveerd hebben.
Het Hof neemt aanstoot aan het algemene karakter van het Geneefse bedelverbod, aangezien dat geen belangenafweging toelaat waarbij rekening gehouden kan worden met de eventuele kwetsbaarheid van de betrokken persoon, de vraag of het bedelen op agressieve wijze of net onschadelijk plaatsvindt, de plaats waar het uitgeoefend wordt en of de betrokkene al dan niet deel uitmaakt van een crimineel netwerk.
Verschillende internationale mensenrechtenorganen, zowel op het niveau van de Verenigde Naties als van de Raad van Europa en de Amerikaanse en Afrikaanse regionale mensenrechteninstanties, hebben zich de laatste jaren kritisch uitgelaten over zulke algemene bedelverboden. Een vergelijkend onderzoek van de praktijk van de verschillende Europese landen toont ook dat er een tendens is om, wanneer men voor een bedelverbod opteert, dat tot agressieve of opdringerige vormen van bedelarij te beperken. Om die redenen oordeelt het Hof dat overheden slechts over een beperkte appreciatiemarge beschikken om tegen bedelarij op te treden.
Wat de toepassing van het bedelverbod in de zaak van de verzoekster betreft, benadrukt het Hof eerst de situatie van manifeste kwetsbaarheid waarin zij zich bevond. Ze kwam uit een gezin in extreme armoede, was analfabeet, had geen job en kwam niet in aanmerking voor sociale bijstand. Bedelen was dan ook deel van haar overlevingsstrategie.
Bovendien waren de gevolgen voor de betrokkene, die in de gevangenis belandde, erg zwaar. Voor zulke verregaande maatregelen moeten er sterke redenen van algemeen belang voorhanden zijn. Dit was hier niet het geval.
Het argument van de Zwitserse staat dat het bedelverbod nodig was in de strijd tegen mensenhandel en de exploitatie van kinderen werd door het Hof verworpen. Niets wijst er immers op dat de vrouw deel uitmaakte van een crimineel netwerk of het slachtoffer was van de criminele activiteiten van anderen. Los daarvan benadrukt het Hof dat het betwijfelbaar is dat het bestraffen van slachtoffers bijdraagt tot de strijd tegen zulke netwerken.
Het Hof aanvaardt ook niet dat de maatregel noodzakelijk was om de rechten van passanten, bewoners of winkeleigenaars
049.LAVRYSEN.Bedelarij.5817.doc
te beschermen. Er waren immers geen aanwijzingen dat de vrouw agressieve of opdringerige vormen van bedelarij beoefende. Het Hof zet de puntjes op de i door te benadrukken dat het minder zichtbaar maken van armoede, of het versterken van de commerciële of toeristische aantrekkingskracht van een stad, geen legitieme doelstellingen zijn om mensenrechten te beperken.
Ten slotte benadrukt het Hof ook dat minder verregaande maatregelen dan een algemeen bedelverbod aangenomen hadden kunnen worden, en dat het noodzakelijk is dat nationale rechtbanken over de proportionaliteit van de toepassing van bedelverboden waken, via een grondig onderzoek van de concrete omstandigheden van een zaak. Het Hof besluit tot een schending van artikel 8 EVRM.
Lees verder op pagina 2
Bedelen is een mensenrecht
Vervolg van pagina 1
edelarij niet meer strafbaar in België sinds 1993. Veel lokale besturen hebben echter via politiereglement een lokaal bedelverbod ingevoerd. Soms is dat beperkt tot bepaalde hinderlijk geachte vormen van bedelarij. In Gent verbiedt men bijvoorbeeld het bedelen op een agressieve of opdringerige manier, wat verenigbaar is met het Lacatus-arrest. Men kan zich echter afvragen of hetzelfde geldt voor het Gentse verbod om te bedelen met dieren of om aan huis te bedelen. Steden als Antwerpen en Mechelen hebben daarnaast ook een algemeen bedelverbod in grote delen van het stadscentrum. In Mechelen geldt dat ook binnen een afstand van 100 meter van evenementen, markten en braderijen.
B
Zulke ruime verboden waren eigenlijk al onverenigbaar met rechtspraak van de Raad van State op basis van het evenredigheidsbeginsel, dat gerespecteerd moet worden bij de uitoefening van lokale politiebevoegdheden. De Raad heeft in het verleden immers geëist dat algemene bedelverboden in tijd en ruimte beperkt worden tot wat noodzakelijk is voor de bescherming van de openbare orde (RvS, 8 oktober 1997, nr. 68.735; en RvS, 6 januari 2015, nr. 222.729).
In het licht van het Lacatus-arrest zijn zulke ruime algemene verboden, die gericht zijn op het opwaarderen van het commercieel en toeristisch karakter van de stad, nu ook duidelijk in strijd met het EVRM. Nu bedelen tot mensenrecht is verheven, is het dan ook hoog tijd voor lokale overheden om hun bedelverboden te herzien, en om prioriteit te geven aan het helpen eerder dan het bestraffen van personen in armoede.
Laurens Lavrysen is juridisch medewerker bij het Federaal Mensenrechteninstituut en vrijwillig onderzoeker bij het Human Rights Centre van de Universiteit Gent. De bijdrage is geschreven in eigen naam.