• Aucun résultat trouvé

Article

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2022

Partager "Article"

Copied!
2
0
0

Texte intégral

(1)

JU R I S P R U D E N C E

1 0 2 2 R . D . C . 2 0 0 5 / 1 0 – D É C E M B R E 2 0 0 5 L A R C I E R

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de vordering van eiseres en over de kosten;

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Noot

De vormvrije rechtstreekse vordering van de onderaannemer Werner Derijcke

1. De wet van 19 februari 1990 tot aanvulling van artikel 20 van de Hypotheekwet en tot wijziging van artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de bescherming van de onderaannemers liet allerlei vragen onbeantwoord.

Eén van die talrijke vragen betrof de vorm van de vordering.

Artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek verleende immers pas uitwerking aan de rechtstreekse vordering van de begun- stigden “op het ogenblik dat hun rechtsvordering wordt inge- steld”. Betekende dit dat een procedure effectief diende te worden ingesteld, of volstond het dat de begunstigden zich formeel op artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek beriepen?

De meningen in rechtspraak en rechtsleer waren zeer ver- deeld1.

Het besproken arrest2 hakt de knoop door: “De uitoefening van de rechtstreekse vordering van de onderaannemer [is]

niet aan vormvoorschriften… onderworpen”. Het volstaat dat de begunstigden zich er op ondubbelzinnige wijze op beroepen.

2. In het raam van het besproken arrest, had eiseres in cassatie ook opgeworpen dat er geen reden was om te beslis- sen dat een rechtstreekse vordering tegen de bouwheer niet meer kon worden ingesteld na het faillissement van de hoofdaannemer. Het Hof van Cassatie heeft dit middel niet besproken. Sinds zijn arrest van 27 mei 2004, ligt de recht- spraak van het Hof van Cassatie overigens vast: “[H]et fail- lissement [heeft] tot gevolg… dat de schuldvordering van de aannemer op de bouwheer onbeschikbaar wordt; [de] recht- streekse vordering [kan] enkel… worden ingesteld wanneer de schuldvordering van de aannemer op de bouwheer nog beschikbaar is in het vermogen van de aannemer”3.

Note

L’absence de forme de l’action directe du sous-traitant Werner Derijcke

1. La loi du 19 février 1990 complétant l’article 20 de la loi hypothécaire et modifiant l’article 1798 du Code civil en vue de protéger les sous-traitants a laissé sans réponse un nombre considérable de questions. Une de ces questions concernait la forme de l’action directe.

L’article 1798 du Code civil ne donnait effet à l’action directe de ses bénéficiaires qu’“au moment où leur action est intentée”. Ceci signifiait-il qu’une procédure devait être

effectivement introduite, ou bien suffisait-il que les bénéfi- ciaires invoquent le bénéfice de l’article 1798 du Code civil.

Les opinions en jurisprudence et en doctrine étaient parta- gées4.

L’arrêt annoté5 tranche la question: “[L]’exercice de l’action directe du sous-traitant contre le maître de l’ouvrage n’est soumis à aucune formalité”.

1. Fr. T’KINT en W. DERIJCKE, “Overzicht van rechtspraak. Het voorrecht en de rechtstreekse rechtsvordering van de onderaannemer tegen de bouwheer (119-2004)”, T.B.H. 2005, p. 860-861, nrs. 14-15.

2. Wat het bestreden arrest betreft, zie Gent 5 juni 2003, NjW 2003, afl. 45, p. 1079, noot W. GOOSSENS, R.W. 2003-04, p. 467, noot.

3. Cass. 27 mei 2004, T.B.H. 2004, p. 899, noot J. WINDEY en Th. HÜRNER. Zie hieromtrent F. T’KINT en W. DERIJCKE, o.c., p. 857-859, nrs. 9-12.

4. F. T’KINT et W. DERIJCKE, “Overzicht van rechtspraak. Het voorrecht en de rechtstreekse rechtsvordering van de onderaannemer tegen de bouwheer (1990-2004)”, R.D.C. 2005, pp. 860-861, nos 14-15.

5. Pour l’arrêt attaqué, voy. Gand 5 juin 2003, NjW 2003, livr. 45, p. 1079, note W. GOOSSENS, R.W. 2003-04, p. 467, note.

RDC-TBH-2005_10.book Page 1022 Thursday, December 1, 2005 3:49 PM

(2)

RE C H T S P R A A K

L A R C I E R T . B . H . 2 0 0 5 / 1 0 – D E C E M B E R 2 0 0 5 1 0 2 3

2. Dans le cadre de l’arrêt annoté, le demandeur en cassa- tion avait également objecté qu’il n’y avait aucune raison pour décider que l’action directe contre le maître de l’ouvrage ne pouvait plus être introduite après la faillite de l’entrepreneur principal. La Cour de cassation n’a pas exa- miné ce moyen. Depuis son arrêt du 27 mai 2004, la jurispru-

dence de la Cour de cassation est d’ailleurs fixée: “[I]l résulte de la faillite que la créance de l’entrepreneur envers le maître de l’ouvrage devient indisponible; … [l’]action directe ne peut être introduite que lorsque la créance de l’entrepreneur envers le maître de l’ouvrage est encore dis- ponible dans le patrimoine de l’entrepreneur”6.

6. Cass. 27 mai 2004, R.D.C. 2004, p. 899, note J. WINDEY en Th. HÜRNER. Voy. à ce sujet F. T’KINT et W. DERIJCKE, o.c., p. 857-859, nos 9-12.

RDC-TBH-2005_10.book Page 1023 Thursday, December 1, 2005 3:49 PM

Références

Documents relatifs

Because of this, there were only few attempts to use the insulating materials (i.e., silica, and anodized aluminium etc.) in the energy storage field despite their

Les caractères épidémiologiques varient de façon statistiquement significative en fonction des formes cliniques dans notre série ; la primo infection est

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke

‘Hoge’ en ‘lage’ cultuur in Lang weekend en De vreemdelinge Bram Lambrecht. D E SIXTIES IN

À la demande du mandataire de justice, qui joint en outre le plan de réorganisation et un exposé, le président du tribunal, après avoir entendu le débiteur et sur le rapport du

§ 2. La société cotée en bourse veille à une publicité adéquate de toute acquisition ou cession de titres conférant le droit de vote dans cette société et dans les sociétés

de permettre, en concertation avec les entités fédérées, l’information, la sensibilisation et la formation adéquates des professionnels qui jouent un rôle dans la vie des

Het komt overeen met hetgeen is bepaald in artikel 3 (zie punten 41 en volgende). 133 In het geval van nationaliteit is, evenals in het geval van gewone verblijfplaats, het