• Aucun résultat trouvé

Article

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2022

Partager "Article"

Copied!
2
0
0

Texte intégral

(1)

JU R I S P R U D E N C E

6 4 0 R . D . C . 2 0 1 0 / 7 – S E P T E M B R E 2 0 1 0 L A R C I E R

H O F V A N C A S S A T I E 14 J A N U A R I 2010

INSOLVENTIE

Faillissement – Verschoonbaarheid – Bevrijding van de echtgenoot – Gevolgen voor de fiscale schulden

Het gedeelte van de aanslag dat betrekking heeft op het belastbaar inkomen van de belastingplichtige echtgenoot van de gefailleerde is geen eigen schuld van de gefailleerde, ook al kan deze schuld krachtens artikel 394, § 1, WIB 1992, worden verhaald op zowel het gemeenschappelijk vermogen als op de eigen goederen van de beide echtgenoten.

Hieruit volgt dat de verschoonbaarverklaring van de gefail- leerde niet tot gevolg heeft dat voor deze schuld geen verhaal meer mogelijk is op de eigen goederen van de belasting- plichtige echtgenoot.

Het arrest dat het aandeel in de personenbelasting van de echtgenoot van de gefailleerde kwalificeert als een eigen schuld van de gefailleerde en hieruit afleidt dat de gevolgen van verschoonbaarverklaring zich eveneens uitstrekken tot deze schuld, zodat de echtgenoot is bevrijd, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

INSOLVABILITE

Faillite – Excusabilité – Libération du conjoint – Consé- quences pour les dettes fiscales

La quotité de l’impôt afférent aux revenus imposables du conjoint contribuable du failli ne constitue pas une dette propre du failli, même si en vertu de l’article 394, § 1er, CIR 1992, cette dette peut être recouvrée tant sur le patri- moine commun que sur les biens propres des deux conjoints, de sorte que la déclaration d’excusabilité du failli n’a pas pour conséquence que cette dette ne peut plus faire l’objet d’aucun recours sur les biens propres du conjoint contribua- ble.

L’arrêt qui qualifie la part de l’impôt des personnes physi- ques du conjoint du failli comme une dette propre du failli et qui en déduit également que les effets de la déclaration d’excusabilité s’étend à cette dette, de sorte que le conjoint est libéré, ne justifie pas sa décision en droit.

Belgische Staat / A.V.

Zet.: I. Verougstraete (voorzitter), R. Boes (afdelingsvoorzitter), E. Dirix, A. Smetryns en M. Delange (raadsheren) OM: D. Thijs (advocaat-generaal)

Pl.: Mr. A. De Bruyn

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 30 oktober 2007 gewezen door het hof van beroep te Gent.

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddel

De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.

Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht.

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Volgens artikel 394, § 1, WIB 1992, mogen de belasting of het gedeelte van de belasting in verband met het belast- baar inkomen van een van de echtgenoten en de op zijn naam ingekohierde voorheffing, ongeacht het aangenomen huwe- lijksvermogensstelsel of ongeacht de notariële overeen- komst waarin de wettelijke samenwoning wordt geregeld, op al de eigen en de gemeenschappelijke goederen van beide echtgenoten worden verhaald. Wanneer een gemeenschap- pelijke aanslag wordt gevestigd, bepaalt de Koning de wijze

waarop het gedeelte van de belasting in verband met het belastbaar inkomen van elke belastingplichtige wordt vast- gesteld.

2. Luidens artikel 82, 1ste lid, van de faillissementswet, in zijn toepasselijke versie, kan de gefailleerde die verschoon- baar wordt verklaard, niet meer vervolgd worden door zijn schuldeisers. Volgens het 2de lid van die wetsbepaling wordt de echtgenoot van de gefailleerde die persoonlijk aansprake- lijk is voor de schuld van deze laatste, ingevolge de ver- schoonbaarheid bevrijd van die verplichting.

De verschoonbaarverklaring treft enkel de eigen schulden van de gefailleerde.

3. Het gedeelte van de aanslag dat betrekking heeft op het belastbaar inkomen van de belastingplichtige echtgenoot van de gefailleerde is geen eigen schuld van de gefailleerde, ook al kan deze schuld krachtens artikel 394, § 1, WIB 1992, worden verhaald op zowel het gemeenschappelijk vermogen als op de eigen goederen van de beide echtgenoten.

Hieruit volgt dat de verschoonbaarverklaring van de gefail- leerde niet tot gevolg heeft dat voor deze schuld geen verhaal meer mogelijk is op de eigen goederen van de belasting- plichtige echtgenoot.

(2)

RE C H T S P R A A K

L A R C I E R T . B . H . 2 0 1 0 / 7 – S E P T E M B E R 2 0 1 0 6 4 1

4. Het arrest dat het aandeel in de personenbelasting van de echtgenoot van de gefailleerde kwalificeert als een eigen schuld van de gefailleerde en hieruit afleidt dat de gevolgen van verschoonbaarverklaring zich eveneens uitstrekken tot deze schuld, zodat de echtgenoot is bevrijd, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

(…)

Références

Documents relatifs

De investeringskosten besteld tussen de T-4 en T-1 veiling komen echter niet in aanmerking voor het bepalen van de capaciteitscategorie, waardoor deze investeringen

FEBEG stelt voor dat het budget van deze stimulans te verminderen en over te gedragen naar een andere stimulans (zie suggesties in titel ‘ Bijdrage tot het

De belangrijkste archiefcollecties die wij raadpleegden waren die van het Duitse militaire bestuur in Antwerpen, dat zich in de Archives Nationales in Parijs bevindt en waaruit

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke

‘Hoge’ en ‘lage’ cultuur in Lang weekend en De vreemdelinge Bram Lambrecht. D E SIXTIES IN

De intenties van minister Somers zijn niet slecht, maar door de constructiefouten in zijn voorstel en door zijn aanpak dreigt deze nuttige oefening weer niet

Toen de Tridentijnse wetgevers de krijtlijnen uitzetten voor het gebruik van muziek in religieuze context, konden de bisschoppen niet vermoeden dat binnen een paar decen- nia

Several often used instruments are discussed and alternative measures of cognitive abilities and school behaviour are presented.. RESING, Wilma C.M., HESSELS,