• Aucun résultat trouvé

Article

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2022

Partager "Article"

Copied!
2
0
0

Texte intégral

(1)

JU R I S P R U D E N C E

1 6 0 R . D . C . 2 0 1 4 / 2 – F É V R I E R 2 0 1 4 L A R C I E R

I

NSOLVENTIE

/ I

NSOLVABILITÉ

H O F V A N C A S S A T I E 5 S E P T E M B E R 2013

FAILLISSEMENT

Rechten van de schuldeisers – Individuele schade De gemeenschappelijke rechten van de schuldeisers zijn de rechten die voortvloeien uit de schade aan de boedel ten gevolge van de fout van wie ook, waardoor het passief van het faillissement wordt vermeerderd, het actief wordt ver- minderd, of het actief dat ter beschikking moest staan van de schuldeisers niet effectief voorhanden is in de boedel.

Het faillissement van de schuldenaar staat er niet aan in de weg dat een schuldeiser vergoeding vordert van een derde door wiens fout schade is ontstaan die hem alleen treft.

De fout van een bestuurder of een zaakvoerder met betrek- king tot het niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing door de vennootschap kan individuele schade opleveren voor de fiscus die erin bestaat dat de bedrijfsvoorheffing niet kan worden geïnd bij de vennootschap.

De omstandigheid dat het onzeker is of een schuldeiser een dividend zal ontvangen uit het faillissement sluit niet uit dat hij jegens een derde aanspraak kan maken op de volledige vergoeding van zijn individuele schade.

FAILLITE

Droits des créanciers – Dommage individuel

Les droits communs de tous les créanciers sont les droits qui résultent du dommage en raison de la faute de quiconque, par laquelle le passif de la faillite est augmenté ou l’actif diminué ou par laquelle l’actif qui devrait être à disposition des créanciers n’est plus effectivement présent.

La faillite du débiteur n’empêche pas le créancier d’intro- duire contre un tiers une action en indemnisation du préju- dice causé par lui et dont il est seul frappé.

La faute d’un dirigeant relative au non-paiement du pré- compte professionnel par la société, peut provoquer un dom- mage individuel du fisc consistant à ce que le précompte pro- fessionnel ne puisse plus être perçu auprès de la société.

L’incertitude concernant le paiement d’un dividende n’exclut pas que le tiers puisse réclamer l’indemnisation complète de son préjudice.

D. en D. / Belgische Staat, in aanwezigheid van R. en D. Van Coppenolle, advocaat in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van Axtron Group NV

Zet.: E. Dirix, E. Stassijns en A. Fettweis (afdelingsvoorzitters), B. Deconinck en B. Wylleman (raadsheren) OM: Ch. Vandewal (advocaat-generaal)

Pl.: Mrs. Maes en van Eeckhoutte Zaak: Nr. C.12.0445.N

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 10 mei 2012.

Advocaat-generaal Ch. Vandewal heeft op 15 april 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter E. Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ch. Vandewal heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddel

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. Beslissing van het Hof Beoordeling

Eerste onderdeel ONTVANKELIJKHEID

1. De verweerder voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: de beslissing van de appelrechters dat de verweerder geen collectieve schade, maar individuele schade heeft gele- den, betreft een onaantastbare feitelijke beoordeling.

2. Hoewel het bestaan van collectieve en individuele schade een feitelijke beoordeling is die voor het Hof niet kan wor- den aangevochten, gaat het Hof na of de rechter de begrippen collectieve en individuele schade niet miskent.

Het middel komt op tegen de beslissing van de appelrechters dat de onbetaald gebleven bedrijfsvoorheffing dient te wor- den aangemerkt als individuele schade van de verweerder.

(2)

RE C H T S P R A A K

L A R C I E R T . B . H . 2 0 1 4 / 2 – F E B R U A R I 2 0 1 4 1 6 1

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verwor- pen.

GEGRONDHEID

3. De vraag of de verweerder aanspraak kan maken op de vergoeding door de eisers van door hem geleden individuele schade, heeft betrekking op een subjectief recht. Het onder- zoek naar het bestaan en de draagwijdte van het subjectief recht, betreft niet de ontvankelijkheid, maar de gegrondheid van de vordering.

In zoverre het onderdeel de schending van artikel 17 Gerech- telijk Wetboek aanvoert, faalt het naar recht.

4. De algemene opdracht van de curator bestaat erin de activa van de gefailleerde te gelde te maken en het provenu te verdelen.

Wanneer de curator namens de boedel optreedt, oefent hij de gemeenschappelijke rechten van de schuldeisers uit.

De gemeenschappelijke rechten van de schuldeisers zijn de rechten die voortvloeien uit de schade aan de boedel ten gevolge van de fout van wie ook, waardoor het passief van het faillissement wordt vermeerderd, het actief wordt ver- minderd, of het actief dat ter beschikking moest staan van de schuldeisers niet effectief voorhanden is in de boedel.

5. Het faillissement van de schuldenaar staat er niet aan in de weg dat een schuldeiser vergoeding vordert van een derde door wiens fout schade is ontstaan die hem alleen treft.

6. De fout van een bestuurder of een zaakvoerder met betrek- king tot het niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing door de vennootschap kan individuele schade opleveren voor de fiscus die erin bestaat dat de bedrijfsvoorheffing niet kan worden geïnd bij de vennootschap.

7. Uit het arrest blijkt dat:

– de vennootschappen sinds het eerste kwartaal van 2004 tot hun faillietverklaring stelselmatig nalieten de bedrijfsvoor- heffingen te betalen, verschuldigd voor een periode varië- rend van 17 maanden (Axtron Fire & Safety Consulting) tot 30 maanden (Axon Environmental Consulting en Axtron Geoconsulting);

– de eisers in deze periode de bedrijvigheid van de vennoot- schappen hebben voortgezet;

– de eisers een foutieve keuze hebben gemaakt door de bedrijfsactiviteit voort te zetten en de lonen en bezoldigin- gen, basis van de oplopende schulden inzake bedrijfsvoor- heffing, te blijven betalen of toe te kennen;

– het aan de verweerder niet kan worden verweten in mei 2004 betalingsfaciliteiten te hebben toegestaan.

8. De appelrechters die aldus oordelen dat enkel de fiscus, de verweerder, die noch de aanzuivering van het passief, noch het herstel van het actief van de boedels vraagt, maar enkel

de vergoeding vordert voor de onbetaald gebleven bedrijfs- voorheffingen, “er zich [kan op] beroepen dat de bestuurders (...), naar gelang van de concrete omstandigheden, een fout hebben begaan door de (...) vennootschappen de belastingen niet te hebben doen betalen” en dat “deze fout geen collec- tieve schade (...) [heeft] doen ontstaan, maar een individuele schade waarvoor alleen [de verweerder] vergoeding kan vor- deren”, schenden geen van de andere aangevoerde wetsbe- palingen.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

9. De appelrechters oordelen dat “het feit dat de faillisse- menten nog niet gesloten werden de beoordeling van deze eis (...) niet [belet]”, en dat “geen aandeel in een collectieve schade op die rechtsgrond [wordt] gevorderd zodat [de ver- weerder] een subjectief recht aantoont om nog voor het afsluiten van de faillissementen in kwestie vergoeding van de aansprakelijke derden te vorderen”.

Door aldus te oordelen verwerpen en beantwoorden de appelrechters het bedoelde verweer.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Derde onderdeel

10. De eisers voeren aan dat de appelrechters artikel 1382 Burgerlijk Wetboek schenden doordat zij de eisers hebben veroordeeld tot de betaling van het totale bedrag van de onbetaalde bedrijfsvoorheffing, hoewel nog niet gekend was of en voor welk bedrag de verweerder een dividend uit de faillissementen zou ontvangen, waardoor zijn schade nog niet vaststaand en zeker was.

11. De omstandigheid dat het onzeker is of een schuldeiser een dividend zal ontvangen uit het faillissement sluit niet uit dat hij jegens een derde aanspraak kan maken op de volle- dige vergoeding van zijn individuele schade.

12. De appelrechters die oordelen dat de verweerder aan- spraak kan maken op de vergoeding van de individuele schade ten gevolge van de fout van de eisers waardoor de bedrijfsvoorheffing verschuldigd door de vennootschappen onbetaald is gebleven en dat “het feit dat de faillissementen nog niet gesloten werden de beoordeling van deze eis [niet belet]”, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Références

Documents relatifs

Dans l’arrêt “Colombani contre France” du 25 juin 2001, la Cour européenne des droits de l’homme a déjà jugé que les lois pénales particulières relatives aux offenses

29 Na het vastleggen van de grenswaarde, wordt er een verspreidingskaart van het veenoppervlak opgesteld waarop de zones afgebakend worden waar

Het komt overeen met hetgeen is bepaald in artikel 3 (zie punten 41 en volgende). 133 In het geval van nationaliteit is, evenals in het geval van gewone verblijfplaats, het

De appelrechters oordelen enerzijds dat de verweerster een fout heeft begaan in de zin van artikel 1382 van het Bur- gerlijk Wetboek door het auteursrecht van de eisers ook voor

Bijdrage van Elia aan de publieke consultatie van de CREG op haar ontwerpbeslissing (B)1885 over het voorstel van Elia betreffende de werkingsregels voor de Strategische

De boodschap die kwaad geuit wordt is immers niet het enige niveau waarop kwade communicatie bij- draagt tot kennisoverdracht: ook de woede zelf draagt een betekenis in zich..

De resultaten van de eerste wave van dit onderzoek bevestigen dat ook Belgische universiteitsstudenten geconfronteerd worden met fysiek geweld en seksueel grensoverschrijdend

Voor vertalers zijn dergelijke edities goudmijnen, maar toen Thérèse Cornips in 1976 haar debuut als Proustvertaalster maakte met de vertaling van ‘Noms de pays: Le