• Aucun résultat trouvé

Correctif – O.V.T – exercices verbes irréguliers.

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2022

Partager "Correctif – O.V.T – exercices verbes irréguliers."

Copied!
4
0
0

Texte intégral

(1)

Correctif – O.V.T – exercices verbes irréguliers.

 Lire la théorie « Grammaticaflits 9 » (LWB B p. 54 )

 Lire & observer attentivement le tableau TP’s (LWB B p. 61-62)

 Faire les exercices p. 54,55,56,57 & 58

Exercices

LWB B p. 54-55 – exercice 1 :

- An bleef tot zes uur.

- We keken samen naar foto’s.

- Hij schreef een lange brief naar zijn vriendin.

- De leraar begreep de situatie niet.

- Mijn zusje kreeg geen cadeau.

- We ontbeten om zeven uur.

- Thomas en Leo reden naar Zeebrugge.

- Mijn moeder reed graag paard.

- Hij sneed het stuk taart in tweeën.

LWB B p. 55-56 – exercice 2:

- Hij dronk een glas water.

- Vond je het lekker?

- Waarom zongen de andere leerlingen niet?

- André won de eerste prijs.

- De film begon op tijd.

- De lerares klom op het klimrek.

- Hij sprong van de tafel.

- Hij kocht een mooie cd voor mijn verjaardag.

(2)

- Eerst bezochten we samen het museum.

- We zochten zijn identiteitskaart maar zonder succes.

- Hij vertrok te voet naar het station.

- Ik zwom in vijf minuutjes naar de overkant van de rivier.

- Ging je vriendin ook mee?

- Hij was heel moe en hij sliep tot elf uur.

LWB B p. 57 – exercice 3:

- Ik at een boterham en hij vertrok naar school.

- Na het eten las hij wat in de krant.

- Ik gaf het kind twee euro.

- Mijn vader vergat het brood te kopen.

LWB B p. 57 – exercice 4:

- Hij deed de boodschappen.

LWB B p. 57 – exercice 5:

Zijn Être Was Waren geweest

Hebben Avoir Had Hadden gehad

LWB B p. 58 – exercice 6

- Mijn ouders kwamen om elf uur in Hasselt aan.

- De leerlingen brachten hun boeken terug.

- Hij stak de straat over en ging de winkel binnen.

- Bart at zijn twee boterhammen op.

- Ik stond pas om negen uur op.

LWB B p. 58 & 59 – exercice 1 :

(3)

Blijven Rester Bleef Bleven gebleven Hij bleef op school.

Ontbijten Prendre le petit déjeuner

Ontbeet Ontbeten ontbeten Sarah ontbeet met een boterham.

Snijden Couper Sneed Sneden Gesneden Hij sneed het stuk

vlees.

Beginnen Commencer Begon Begonnen Begonnen We begonnen met

onze lessen.

Zingen Chanter Zong Zongen Gezongen Ze zong heel goed.

Kopen Acheter Kocht Kochten Gekocht Ik kocht een mooi

cadeau

Bezoeken Visiter Bezocht Bezochten Bezocht Ze bezochten dit oud kasteel.

Vertrekken Partir Vertrok Vertrokken Vertrokken Hij vertrok op tijd.

Zwemmen Nager Zwom Zwommen Gezwommen We zwommen in het

koude water.

Vergeten Oublier Vergat Vergaten Vergeten Ik vergat mijn

huiswerk.

Geven Donner Gaf Gaven Gegeven Hij gaf me strafwerk.

LWB B p. 59-60 – exercice 2:

- We zwommen urenlang in de zee.

- Ze bleef lang in de zon liggen.

- Sliep je gisterenavond ook tot elf uur.

- Ging hij ook mee naar de kermis?

- Schreef je zus ook een lange brief?

- Tot hoe laat sliep je?

-

LWB B p. 60 – exercice 3:

- Kwamen

- Hadden – gaven - Waren – aten - Dronken – dronk

- Vertrokken – moesten /gingen - Was

(4)

- Zongen – mocht /zong - Bleven – sliep

- Was – moest - Was – waren - ontbeten

Références

Documents relatifs

[r]

nous sommes allés nous avons fait nous avons vu vous êtes allés vous avez fait vous avez vu elles sont allées elles ont fait elles ont vu. • Le passé composé se forme

Vous avez comprit le problème et vous avez réussis à le résoudre.. aviez compris

 Om zeven uur ’s morgens komt de verpleegster al langs om mijn temperatuur op te nemen.  Bovendien rijden ze me karretjes door de gangen en ze maken nogal veel

Correctif des exercices de chimie. Parmi les symboles suivants, quels sont ceux qui sont certainement faux ? Barre-les et Justifie ta réponse.  aG et MN car la première

Peu à peu, les composants des aliments (protéines, glucides, …) sont décomposés en nutriments minuscules capables de rentrer dans les vaisseaux sanguins, à l’exception des

to withdraw withdrew withdrawn retirer to withstand withstood withstood résister à to work worked, wrought worked, wrought travailler. to wring wrung wrung

Let Let Let Laisser (qqun faire qqch), louer (à qqun). Lie Lay Lain Se coucher,