• Aucun résultat trouvé

PARLEMENT DE LA RÉGION DE BRUXELLES-CAPITALE BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK PARLEMENT SESSION ORDINAIRE GEWONE ZITTING JUIN 2021

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2022

Partager "PARLEMENT DE LA RÉGION DE BRUXELLES-CAPITALE BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK PARLEMENT SESSION ORDINAIRE GEWONE ZITTING JUIN 2021"

Copied!
6
0
0

Texte intégral

(1)

SESSION ORDINAIRE 2020-2021

23 JUIN 2021 _____

GEWONE ZITTING 2020-2021

23 JUNI 2021 _____

PARLEMENT DE LA RÉGION DE BRUXELLES-CAPITALE

_____

BRUSSELS

HOOFDSTEDELIJK PARLEMENT _____

PROPOSITION D’ORDONNANCE

visant à soutenir les transitions de parcours professionnel vers le statut d'indépendant à

titre principal ____

VOORSTEL VAN ORDONNANTIE

ter ondersteuning van de programma's voor de doorstroming naar het statuut van zelfstandige

in hoofdberoep _____

RAPPORT

fait au nom de la commission des Affaires économiques et

de l'Emploi

par Mme Anne-Charlotte d’URSEL (F) _____

VERSLAG

uitgebracht namens de commissie voor de Economische Zaken en de

Tewerkstelling

door mevrouw Anne-Charlotte d’URSEL (F) _____

__________

Ont participé aux travaux de la commission :

Membres effectifs : MM. Ridouane Chahid, Sevket Temiz, Mmes Barbara de Radigués, Farida Tahar, Clémentine Barzin, MM. David Leisterh, Emmanuel De Bock, Michaël Vossaert, Francis Dagrin, Luc Vancauwenberge.

Membres suppléants : Mmes Fadila Laanan, Anne-Charlotte d’Ursel, MM. Juan Benjumea Moreno, Mathias Vanden Borre.

Autres membres : M. David Weytsman.

__________

Aan de werkzaamheden van de commissie hebben deelgenomen : Vaste leden :de heren Ridouane Chahid, Sevket Temiz, mevr. Barbara de Radigués, mevr. Farida Tahar, mevr. Clémentine Barzin, de heren David Leisterh, Emmanuel De Bock, Michaël Vossaert, Francis Dagrin, Luc Vancauwenberge.

Plaatsvervangers : mevr. Fadila Laanan, mevr. Anne-Charlotte d’Ursel, de heren Juan Benjumea Moreno, Mathias Vanden Borre.

Andere leden : de heer David Weytsman.

__________

Voir :

Documents du Parlement :

A-77/1 – 2019/2020 : Proposition d’ordonnance.

_________

Zie :

Stukken van het Parlement :

A-77/1 – 2019/2020 : Voorstel van ordonnantie.

(2)

I. Exposé introductif de M. David Weytsman, premier coauteur de la proposition

d’ordonnance

I. Inleidende uiteenzetting van de heer David Weytsman, eerste mede-indiener van het

voorstel van ordonnantie

Malgré la crise sanitaire, l’année 2020 se caractérise, tout comme les années antérieures, par une augmentation du nombre de travailleurs indépendants. Le nombre d’indépendant en activité complémentaire a également augmenté. Cette augmentation ne doit cependant pas faire oublier les incertitudes liées à la crise qui obligera malheureusement de nombreux indépendants à arrêter leurs activités. Il faut tout mettre en œuvre afin de limiter ce nombre. Il est important de soutenir les indépendants et miser sur eux pour la relance économique. Notre région a besoin des nouveaux entrepreneurs qui soutiennent la croissance économique, qui stimulent l’innovation et qui favorisent la création de nouveaux emplois privés. Des mesures ont été prises dans ce sens mais il se pose toujours la question essentielle du chaînon manquant dans l’arsenal bruxellois, à savoir le soutien qui devrait être aussi apporté aux indépendants complémentaires qui souhaitent poursuivre leurs activités et ce, à titre principal. En effet, sur la base des chiffres communiqués au niveau fédéral, on compterait environ 245.000 indépendants complémentaires dans notre pays et selon une étude du syndicat neutre pour indépendants (SNI), à peine 23% de ce total envisagerait de changer de statut. La stabilité financière d’un emploi fixe serait l’une des principales raisons de cette situation. C’est la raison pour laquelle ledit syndicat plaide explicitement, depuis plusieurs années, en Région bruxelloise, pour la mise sur pied d’un dispositif similaire à celui qui existe en Wallonie, à savoir le

« Plan Airbag ». Derrière cette métaphore sécuritaire se cache en réalité, au sud du pays, une bourse financière accordée par les pouvoirs publics wallons pour amortir la transition des personnes vers le statut d’indépendant à titre principal.

Reposant sur l’octroi d’un montant maximum de 12.500 €, versé en plusieurs tranches et ce, moyennant le respect d’un certain nombre de conditions et de contrôles très stricts (notamment pour éviter les effets d’aubaine), cette mesure de soutien vise les indépendants à titre complémentaire mais aussi les candidats à une première ou une deuxième installation comme indépendant à titre principal. In fine, il peut être escompté un cercle vertueux en ce qui concerne l’impact sur l’emploi : le bénéficiaire de la mesure crée son propre emploi, génère des biens ou des services, crée de la richesse, crée de l’innovation et peut devenir, à son tour, un employeur potentiel. Pour faciliter ce passage professionnel, l’incitant financier va permettre au bénéficiaire de trouver une source de financement dans une phase de démarrage où l’activité est en phase de développement et ne produit pas encore suffisamment de bénéfices. La proposition prévoit d’ailleurs dans ses articles des conditions à remplir :

 être indépendant à titre complémentaire depuis au moins trois ans ;

 s’installer pour la première fois ou deuxième fois en tant qu’indépendant principal ;

Ondanks de gezondheidscrisis wordt het jaar 2020, net als de vorige jaren, gekenmerkt door een toename van het aantal zelfstandige werknemers. Ook het aantal zelfstandigen in bijberoep is toegenomen. Deze stijging mag ons echter niet de onzekerheden doen vergeten die verband houden met de crisis, waardoor vele zelfstandigen hun activiteiten helaas zullen moeten stopzetten. Alles moet in het werk worden gesteld om dit aantal te beperken. Zeker is dat het belangrijk is zelfstandigen te steunen en op hen te rekenen voor het economisch herstel. Ons gewest heeft behoefte aan nieuwe ondernemers die de economische groei ondersteunen, innovatie stimuleren en het scheppen van nieuwe banen in de privésector bevorderen. Er zijn maatregelen in die zin genomen, maar er is nog de essentiële vraag van de ontbrekende schakel in het Brusselse arsenaal, namelijk de steun die ook moet worden gegeven aan de zelfstandigen in bijberoep die hun activiteiten willen voortzetten in hoofdberoep. Volgens de op federaal niveau meegedeelde cijfers telt ons land ongeveer 245.000 zelfstandigen in bijberoep en volgens een studie van het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) zou amper 23% van dit totaal overwegen zijn statuut te wijzigen. De financiële stabiliteit van een vaste baan zou een van de belangrijkste redenen voor deze situatie zijn. Daarom pleit deze vakbond in het Brussels Gewest al enkele jaren uitdrukkelijk voor de invoering van een systeem dat vergelijkbaar is met het in Wallonië bestaande systeem, namelijk het « Airbag-plan ». Achter deze veiligheidsmetafoor gaat in werkelijkheid, in het zuiden van het land, een financiële toelage schuil die door de Waalse regering wordt toegekend om de overgang van personen naar het statuut van zelfstandige in hoofdberoep op te vangen.

Deze steunmaatregel, die gebaseerd is op de toekenning van een maximumbedrag van 12.500 euro, uitbetaald in verschillende schijven en onderworpen aan een aantal voorwaarden en zeer strenge controles (met name om buitenkanseffecten te voorkomen), is gericht op zelfstandigen in bijberoep, maar ook op kandidaten voor een eerste of tweede vestiging als zelfstandige in hoofdberoep. Uiteindelijk kan een opwaartse spiraal worden verwacht wat het effect op de werkgelegenheid betreft : de begunstigde van de maatregel creëert zijn of haar eigen baan, genereert goederen of diensten, creëert welvaart, creëert innovatie en kan op zijn of haar beurt een potentiële werkgever worden. Om deze overgang naar werkgelegenheid te vergemakkelijken, stelt de financiële stimulans de begunstigde in staat een financieringsbron te vinden in een startfase wanneer de activiteit zich in de ontwikkelingsfase bevindt en nog niet voldoende winst genereert. In de artikelen van het voorstel worden ook de voorwaarden vastgesteld waaraan moet worden voldaan :

 sinds ten minste drie jaar als zelfstandige in bijberoep werken ;

 zich voor de eerste of tweede maal als zelfstandige in hoofdberoep vestigen ;

(3)

 avoir suivi une formation spécifique ou être accompagné par une structure d’accompagnement à l’autocréation d’emploi ;

 s’engager à s’installer à Bruxelles ;

 s’engager à ne plus bénéficier d’allocations de chômage, d’allocations d’attente, de revenus d’intégration, de revenus de remplacement ou de l’aide sociale financière.

La demande de la prime de transition doit être introduite auprès de l’organisme de gestion détaillé dans la proposition selon les formes et les modalités déterminées par le gouvernement. La commission consultative serait chargée d’examiner les demandes au regard des critères de sélection et de rendre une proposition de classement motivée au gouvernement selon les modalités qu’il détermine. Il est proposé que les critères de sélection soient liés aux qualités du candidat, à la faisabilité du projet, à l’existence d’un marché potentiel permettant la viabilité du projet, au développement potentiel de l’activité envisagée. Cette proposition d’ordonnance diverge cependant sur certains points par rapport au décret wallon. Le montant serait de 15.000 € à Bruxelles. Dans un souci de bonne gouvernance et d’efficacité, l’organe chargé d’appuyer la sélection des dossiers comporte en son sein une organisation des employeurs et enfin il est mis sur pieds un mécanisme d’évaluation du dispositif.

 een specifieke opleiding hebben gevolgd of begeleid worden door een begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling ;

 zich ertoe verbinden zich in Brussel te vestigen ;

 zich ertoe verbinden geen werkloosheidsuitkering, wachtuitkering, leefloon, vervangingsinkomen of financiële sociale bijstand te ontvangen.

De aanvraag voor de overgangspremie moet worden ingediend bij het in het voorstel genoemde beheersorgaan, in de vorm en op de wijze die door de regering worden vastgesteld. De adviescommissie zou als opdracht krijgen de aanvragen te onderzoeken in het licht van de selectiecriteria en aan de regering een met redenen omkleed voorstel te doen voor indeling volgens door de regering te bepalen nadere regels. Voorgesteld wordt de selectiecriteria te koppelen aan de kwaliteiten van de aanvrager, de haalbaarheid van het project, het bestaan van een potentiële markt die het project levensvatbaar maakt, en de potentiële ontwikkeling van de beoogde activiteit. Dit voorstel van ordonnantie wijkt echter op bepaalde punten af van het Waalse decreet. In Brussel zou het bedrag 15.000 euro zijn. Met het oog op goed bestuur en doeltreffendheid zal een werkgeversorganisatie worden opgenomen in het orgaan dat belast is met de ondersteuning van de selectie van de aanvragen, en ten slotte is een mechanisme voor de evaluatie van de regeling opgezet.

II. Discussion générale II. Algemene bespreking

M. Mathias Vanden Borre s’interroge sur l’aspect financier d’une telle proposition. Les indépendants complémentaires qui souhaitent devenir indépendants n’ont pas besoin d’autant de soutien. S’ils veulent passer ce cap c’est surement parce que leur activité en tant qu’indépendant complémentaire rapporte un minimum de bénéfice. Le député estime en outre qu’un montant de 15.000 € par indépendant est particulièrement élevé. Cela reviendrait à une dépense de 85.000.000 €. Vu l’état financier de Bruxelles, l’intervenant se demande si cette proposition doit vraiment constituer une priorité. L’orateur est d’avis qu’un soutien pour les demandeurs d’emploi est plus intéressant. Le groupe NVA soutient bien entendu l’entrepreneuriat mais il s’interroge sur l’efficacité d’une telle mesure et son impact budgétaire. Pour toutes ces raisons, le groupe NVA ne votera pas en faveur de la proposition

Mme Fadila Laanan souligne la qualité de cette proposition d’ordonnance. C’est une adaptation pour Bruxelles d’un décret wallon adopté il y a près de 10 ans, qui est toujours en application. La Belgique compte un nombre important de travailleurs indépendants, et Bruxelles comptait une proportion de 15,65% d’indépendants à titre complémentaire selon les statistiques de l’IBSA de janvier 2020. Pour ce qui est des motivations de ce choix, c’est différent d’un cas à l’autre. Il y a les personnes avec de faibles revenus issus d’un emploi salarié, celles qui s’ennuient dans leur emploi et qui ont besoin de nouveaux défis, ou celles qui veulent juste « mettre du beurre dans les épinards », sans toutefois sauter le pas de passer au statut d’indépendant à titre principal. Il n’est pas rare que le déclic se fasse le jour où les

De heer Mathias Vanden Borre heeft vragen over het financiële aspect van een dergelijk voorstel. Zelfstandigen in bijberoep die volledig zelfstandig willen worden, hebben niet zoveel steun nodig. Als zij deze stap willen zetten, is dat waarschijnlijk omdat hun activiteit als zelfstandige in bijberoep een minimum aan winst oplevert. De volksvertegenwoordiger vindt ook dat 15.000 euro per zelfstandige bijzonder hoog is. Dit zou neerkomen op een uitgave van 85.000.000 euro. Gezien de financiële toestand van Brussel vraagt hij zich af of dit voorstel wel een prioriteit moet zijn. Hij vindt de ondersteuning van werkzoekenden interessanter. Uiteraard steunt de NVA-fractie ondernemerschap, maar zij heeft vragen bij de doeltreffendheid van een dergelijke maatregel en de gevolgen ervan voor de begroting. Om al deze redenen zal de NVA- fractie niet voor dit voorstel stemmen

Mevrouw Fadila Laanan benadrukt dat dit een goed voorstel van ordonnantie is. Het gaat om een aanpassing voor Brussel van een Waals decreet dat bijna 10 jaar geleden werd aangenomen, en dat nog steeds van kracht is. België telt een groot aantal zelfstandigen, en volgens de BISA-statistieken van januari 2020 telde Brussel 15,65% zelfstandigen in bijberoep. De redenen voor deze keuze verschillen van geval tot geval. Er zijn mensen met een laag inkomen uit een baan in loondienst, mensen die zich vervelen in hun baan en behoefte hebben aan nieuwe uitdagingen, of mensen die gewoon « wat geld willen bijverdienen », maar niet de stap willen zetten om zelfstandige te worden als hoofdbezigheid.

Het is niet ongewoon dat de klik komt op de dag waarop het inkomen uit de zelfstandige activiteit het bedrag van het

(4)

revenus du travail indépendant atteignent le montant du salaire et que la personne en vienne à regretter de ne pas avoir davantage de temps à consacrer à son activité entrepreneuriale. Un incitant financier peut constituer ce petit pas qui poussera la personne à se lancer. Un tel dispositif n’est pas dénué de sens. Cependant cette prime aurait un coût financier qui pas été évalué, et le gouvernement ne l’a pas budgété. Dans ces circonstances il est difficile de soutenir ce texte. Il existe un dispositif incitant financièrement les demandeurs d’emploi à se lancer dans une carrière d’indépendant. Ce dispositif, comme tous les autres issus de la réforme menée par le gouvernement précédent, ainsi que ceux créés par le gouvernement actuel dans le contexte de la crise sanitaire du COVID, doivent faire l’objet d’une évaluation. Peut-être que la présente initiative sera-t-elle sur la table à ce moment-là.

Mme Barbara De Radigués remarque le caractère précis de cette proposition. La députée rappelle que les personnes qui lancent un projet entrepreneurial constituent un pilier important de l'économie bruxelloise. Il est important de les soutenir et que l’État continue à être un partenaire tout au long de ce projet de vie. Pour lancer ces projets de nombreuses personnes choisissent le statut d'indépendant. A Bruxelles, ils sont 118.143 dont 90.539 à titre principal et 18.441 à titre complémentaire (soit un peu plus de 15%). Et ces chiffres sont en constante augmentation depuis les 4 dernières années.

Aujourd'hui il existe déjà des outils pour aider les bruxellois à développer leur projet entrepreneurial. L’intervenante cite à ce titre les coopératives d'activité qui permettent à des personnes de tester en grandeur nature leur projet entrepreneurial en minimisant les risques tout en maintenant leur chômage ou allocation sociale s’ils en bénéficient. Il existe également la prime « tremplin-indépendants » (dépend du niveau fédéral). L’avantage « tremplin-indépendants » est une mesure qui permet de conserver, durant l’exercice d’une activité en tant qu’indépendant complémentaire, son droit aux allocations de chômage pendant douze mois. Les primes projets d'entreprise peuvent également être mentionnées. Soit pour développer son idée, l’approfondir ou encore reprendre une entreprise.

Dès lors, toute nouvelle aide doit s'inscrire dans un ensemble cohérent. Une évaluation des aides est prévue en 2021 et il est plus opportun de l’attendre afin de déterminer si cette proposition est pertinente car Ecolo ne rejette pas l’idée mais estime que cela arrive un peu trop tôt. Dès lors, le groupe Ecolo ne votera pas en faveur de la proposition.

M. Michael Vossaert rappelle qu’il faut réfléchir tant sur les aides selon les structures de l’entreprise que sur l’application de politiques selon les statuts. Malgré la crise sanitaire, de nombreux citoyens ont décidés de se lancer en tant qu’indépendant parce qu’ils veulent se réinventer ou alors retrouver une activité économique. Il faut dès lors poser le débat du statut d’indépendant ainsi que toutes les aides dont ils peuvent bénéficier au niveau du fédéral. Le gouvernement de la région a décidé d’évaluer toutes les aides à l’emploi qui existent et la prime indépendant en fait partie. Un suivi de cette prime existait durant la crise et Bruxelles n’a pas à rougir de ce qu’elle a mis en place par rapport aux deux autres régions. La proposition discutée ce jour s’inscrit dans

salaris bereikt en de persoon spijt krijgt dat hij niet meer tijd aan zijn of haar ondernemersactiviteit heeft kunnen besteden.

Een financiële stimulans kan dat klein duwtje zijn dat iemand ertoe aanzet van start te gaan. Zo'n regeling is niet zonder betekenis. Deze premie zou echter een niet-geëvalueerd financieel prijskaartje meebrengen, en de regering heeft dit niet opgenomen in de begroting. In deze omstandigheden is het moeilijk deze tekst te steunen. Er is een financiële stimulans voor werkzoekenden om zelfstandige te worden.

Deze regeling moet worden geëvalueerd, evenals alle andere die uit de hervorming van de vorige regering zijn voortgekomen en die welke door de huidige regering in het kader van de gezondheidscrisis inzake COVID zijn gecreëerd.

Misschien komt dit initiatief op dat moment op tafel.

Mevrouw Barbara De Radigués merkt de specifieke aard van dit voorstel op. De volksvertegenwoordiger herinnert eraan dat de personen die een ondernemersproject opstarten een belangrijke pijler van de Brusselse economie vormen. Het is belangrijk dat zij worden gesteund en dat de Staat gedurende dit levensproject een partner blijft. Om deze projecten op te starten, kiezen veel mensen voor het statuut van zelfstandige. In Brussel zijn er 118.143 zelfstandigen, van wie 90.539 in hoofdberoep en 18.441 in bijberoep (iets meer dan 15% dus). En deze cijfers zijn de laatste 4 jaar gestaag gestegen. Vandaag bestaan er al instrumenten om de Brusselaars te helpen bij de ontwikkeling van hun ondernemersproject. De spreker noemt de activiteitencoöperaties die mensen in staat stellen hun ondernemersproject in het echt te testen door de risico's te minimaliseren met behoud van hun werkloosheids- of sociale uitkeringen indien ze die ontvangen. Er is ook de premie

« springplank naar zelfstandige » (afhankelijk van het federale niveau). De premie « springplank naar zelfstandige » is een maatregel die de betrokkene in staat stelt het recht op een werkloosheidsuitkering gedurende twaalf maanden te behouden terwijl hij of zij een nevenactiviteit als zelfstandige uitoefent. Ook de premies voor ondernemingsprojecten kunnen worden genoemd. Hetzij om een idee te ontwikkelen, te verdiepen of om een bedrijf over te nemen.

Daarom moet elke nieuwe steunmaatregel deel uitmaken van een samenhangend geheel. Een evaluatie van de steun is gepland voor 2021 en het is beter daarop te wachten om te bepalen of dit voorstel relevant is, want Ecolo verwerpt het idee niet, maar vindt dat het iets te vroeg komt. De Ecolo- fractie zal derhalve niet voor het voorstel stemmen.

De heer Michael Vossaert herinnert eraan dat we moeten nadenken over zowel de steun volgens de ondernemingsstructuur als over de toepassing van het beleid volgens de statuten. Ondanks de gezondheidscrisis hebben veel burgers besloten zelfstandige te worden omdat ze zichzelf opnieuw willen uitvinden of een economische activiteit willen vinden. Het debat over het zelfstandigenstatuut en alle steun die ze op federaal niveau kunnen krijgen, is dan ook noodzakelijk. De gewestregering heeft besloten alle bestaande werkgelegenheidssteun te evalueren en de premie voor zelfstandigen is er één van. Deze premie werd tijdens de crisis opgevolgd en Brussel heeft geen reden om verlegen te zijn, in vergelijking met de andere twee

(5)

l’adaptation et dans des complémentarités par rapport à ce qui est évalué par le gouvernement. Le député estime que cette proposition pourra intervenir quand l’impact budgétaire aura été calculé et que l’évaluation du gouvernement sera terminée. Cette dernière devrait être clôturée pour l’année 2022 et cela permettrait au Parlement de se tourner vers le gouvernement afin de déterminer ce qu’il conviendrait de modifier dans la législation actuelle. La proposition présente un réel intérêt mais intervient de manière prématurée dans la mesure où le gouvernement travaille sur l’évaluation des aides. Pour toutes ces raisons, le groupe DéFi ne soutiendra pas la proposition.

M. David Weytsman revient sur la situation des indépendants complémentaires qui décident de devenir indépendant. Ces derniers se retrouvent en général du jour au lendemain sans revenus. Les liquidités n’interviendront souvent que un ou deux ans après le lancement de l’activité.

Ce n’est pas à la disposition de beaucoup de bourses donc il faut pouvoir les soutenir. Par ailleurs, l’auteur rappelle que cette prime de 15.000 est un maximum et qu’elle ne serait pas accordée à tous les candidats. La sélection se ferait en fonction de critères qui peuvent rencontrer les ambitions politiques du moment. Le député rappelle également qu’une certaine injustice réside dans le fait qu’un demandeur d’emploi a droit à une aide mais que le petit salarié ou l’indépendant complémentaire qui veut se lancer n’a pas droit à un soutien. En ce qui concerne l’impact budgétaire, l’orateur précis que le budget qui pourra y être consacré sera décidé par le gouvernement et en fonction les critères seront plus ou moins stricts. Si toute proposition d’ordonnance qui pourrait avoir un cout devait systématiquement être rejetée, l’activité au sein du parlement s’en retrouverait très réduite car il y a très souvent un impact budgétaire. Cependant le vote du texte pourrait être postposé après la discussion sur les budgets et l’évaluation du gouvernement.

M. Michael Vossaert entend la proposition de postposer le vote mais le gouvernement va présenter son évaluation indépendamment de la discussion budgétaire. Cette évaluation est indispensable pour déterminer de quelle manière une nouvelle aide puisse être mise en place. La volonté de DéFi est de voter le texte ce jour.

gewesten, over wat het heeft opgezet. Het thans besproken voorstel is een aanpassing van en een aanvulling op wat de regering aan het evalueren is. De volksvertegenwoordiger is van mening dat dit voorstel zou kunnen komen wanneer de begrotingsimpact is berekend en de evaluatie van de regering is voltooid. De evaluatie zou in 2022 afgerond worden waardoor het Parlement in staat gesteld zal worden zich te richten tot de regering om te bepalen wat er in de huidige wetgeving veranderd moet worden. Het voorstel is van reëel belang, maar komt op een voorbarig tijdstip, aangezien de regering bezig is met de evaluatie van de steunmaatregelen.

Om al deze redenen zal de DéFi-fractie het voorstel niet steunen.

De heer David Weytsman komt terug op de situatie van de zelfstandigen in bijberoep die beslissen zelfstandig ondernemer te worden. Meestal zitten ze van de ene dag op de andere zonder inkomen. De kasmiddelen zullen vaak pas één of twee jaar na de start van de activiteit beschikbaar komen. Voor velen is dit niet weggelegd, het is dus noodzakelijk hen te kunnen steunen. Bovendien herinnert de indiener eraan dat deze premie van 15.000 een maximum is en dat ze niet aan alle kandidaten zou worden toegekend. De selectie zou worden gebaseerd op criteria die kunnen beantwoorden aan de politieke ambities van het moment. De volksvertegenwoordiger wijst er ook op dat er een zekere onrechtvaardigheid schuilt in het feit dat een werkzoekende recht zou hebben op steun, maar dat de kleine werknemer of de zelfstandige in bijberoep die een bedrijf wil opstarten geen recht op steun zou hebben. Op het vlak van de begrotingsimpact zegt de spreker dat de regering zal beslissen over de hiervoor bestemde begroting en dat de criteria min of meer strikt zullen zijn. Indien elk voorstel van ordonnantie met een eventuele begrotingsimpact systematisch verworpen zou worden, zou de activiteit in het Parlement sterk afnemen aangezien er zeer vaak een begrotingsimpact is. De stemming over de tekst zou echter kunnen worden uitgesteld tot na de begrotingsbespreking en de evaluatie van de regering.

De heer Michael Vossaert begrijpt het voorstel om de stemming uit te stellen, maar de regering zal haar evaluatie onafhankelijk van de begrotingsbespreking voorleggen. Deze evaluatie is vereist om te bepalen hoe een nieuwe steunmaatregel ingevoerd kan worden. Het is de wens van de DéFi-fractie om vandaag deze tekst goed te keuren.

III. Discussion des articles et votes III. Artikelsgewijze bespreking en stemmingen

Article 1er

Cet article ne suscite aucun commentaire.

Vote

L’article 1er est rejeté par 11 voix contre 2.

Le premier article ayant été rejeté, le président décide de passer au vote de l’ensemble de la proposition d’ordonnance.

Artikel 1

Dit artikel lokt geen enkele commentaar uit.

Stemming

Artikel 1 wordt verworpen met 11 stemmen tegen 2.

Aangezien het eerste artikel is verworpen, beslist de Voorzitter om over te gaan tot de stemming over het geheel van het voorstel van ordonnantie.

(6)

IV. Vote sur l’ensemble de la proposition d’ordonnance

IV. Stemming over het geheel van het voorstel van ordonnantie

L’ensemble de la proposition d’ordonnance est rejeté par 11 voix contre 2.

Het geheel van het voorstel van ordonnantie wordt verworpen met 11 stemmen tegen 2.

Confiance est faite à la rapporteuse pour la rédaction du rapport.

Vertrouwen wordt geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van het verslag.

La Rapporteuse Le Président De Rapporteur De Voorzitter

Anne-Charlotte d’URSEL Michaël VOSSAERT Anne-Charlotte d’URSEL Michaël VOSSAERT

Références

Documents relatifs

Le projet d’ordonnance qui vous est soumis aujourd’hui modifie le code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus afin que les véhicules munis d’une plaque professionnelle

De eerste wijziging schrapt de hypothese dat een persoon zou worden belast op het moment dat hij als begunstigde de sommen, renten of waarden kan verkrijgen na het overlijden van

Naast deze maatregelen, die in dit ontwerp van ordonnantie zijn opgenomen, zal er een extra budget van 16,5 miljoen euro worden gebruikt voor de financiering van een

24 Artikel 3 van het Brussels besluit van 7 juli 2016 betreffende de identificatie en registratie van katten : « De verantwoordelijke laat elke kat die na de inwerkingtreding

Par dérogation à l’article 29 de l’ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et à l’arrêté

of met westerse neigingen. Diezelfde president nam het initiatief in 2014 een wet uit te vaardigen die de homoseksuele handelingen bestraft met de doodstraf, die wet werd

Bovendien stellen Brussel Mobiliteit en de MIVB hun projecten voor de ontwikkeling van de openbare ruimte zo systematisch mogelijk voor in de afdeling actieve modi van

Er worden verplichtingen ingevoerd voor de gescheiden inzameling van bioafval, textiel en gevaarlijk huishoudelijk afval : de termijn voor de inwerkingtreding van