Correctif du dossier Voeding en gezondheid
Page 2 Brainstorming
La santé De gezondheid Gras Vet
Sain >< malsain Gezond >< ongezond Sucré Zoet
Le poids Het gewicht Salé Gezouten
Le surpoids Het overgewicht Varié Gevarieërd
Éviter Vermijden Suffisamment Voldoende
Nocif Schadelijk Le repas De maaltijd
Bouger Bewegen L’habitude
alimentaire
De eetgewoonte
La malbouffe Het junkfood L’habitude de vie De leefgewoonte L’en-cas Het tussendoortje Le petit-déjeuner Het ontbijt
Fumer Roken Provoquer, causer Veroorzaken
La maladie De ziekte Mener à Leiden tot
Le conseil De raad – de raadgeving
Être dû à Te wijten zijn aan (effet négatif) Te danken zijn aan (effet positif)
Limiter beperken Grignoter Snoepen
Page 3 voedselpiramide
Il existe plusieurs variantes, voici celle que nous avons retenue
Extra’s
_________________________________________
Vetstoffen
_________________________________________________________________________
Zuivelproducten, vlees, vis, eieren en vervangproducten
__________________________________________________________________________________________________________________________
Fruit en groenten
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Graanproducten, aardappels, rijst…
____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Water
Leg de piramide uit met je eigen woorden in het Nederlands:
Hoe meer het product boven in de voedselpiramide staat, hoe minder moet dit product
gegeten/verbruikt worden om in goede gezondheid te blijven. We moeten dus extra’s beperken.
Page 3-4 Tips voor een gezonde voeding
- Manger varié: chaque aliment contient des vitamines et minéraux différents.
- Ne pas manger trop gras : 2 fois par semaine du poisson, pour le reste de la viande maigre ou du poulet
- Manger assez de fruits et légumes : 200 gr de légumes et 2 fruits, c’est déjà bien. (ex : une tartine avec du fromage est des morceaux de pêches ou un sandwich avec tomate et salade ; un fruit peut être pris en en-cas à la pause)
- Manger des produits aux céréales complets (blé complet) : c’est bon pour la digestion - Boire minimum 1 litre et demi par jour (lait, jus, soupe, thé, eau)
- Attention aux boissons rafraîchissantes : deux cannettes de coca contiennent 15 morceaux de sucre
- Bouger : aller à pied à l’école ou prendre l’escalier à la place de l’ascenseur.
Page 5 Kinderen en gezonde voeding a) Welke kinderen eten gezonder?
Linus mange : des tartines de choco, fishtiscks, spaghetti, frites, crèpes, compote de pommes.
Très peu de légumes (comme des épinards).
Les enfants de Ruben et Cidalia : des fruits secs. (plus loin dans la vidéo) fromage et avocat au jour 1, yaourt avec des baies au jour 2 et des flocons d’avoines avec des bananes et pommes au jour 3.
b) Resultaat van het onderzoek in 10 Vlaamse scholen.
7 enfants sur 10 agés de 0 à 7 ans mangent au moins une tartine de choco chaque jour. Presque tous les enfants mangent chaque jour un en-cas malsain
(à 6’55’’) presque tous les enfants prennent un en-cas à l’école et la moitié boit des boissons sucrées tous les jours.
c) Wat zegt Lynn de Merlier, een voedingsdeskundige?
Si tous les enfants mangent tous les jours une tartine de choco, des biscuits et boivent des jus de fruits, cela aura des conséquences à long terme. Dès l’âge de 4 ans la prédisposition aux maladie cardio-vasculaires augmente. Les enfants qui mangent sucré et gras tous les jours payeront les conséquences 30 à 40 ans plus tard.
d) Wat hebben de ouders van Linus gedaan zodat hij eet wat ze hem geven? Welk resultaat?
Ervaring van de ouders van Linus:
Hausser la voix (prendre une voix fâchée) et dire « maintenant tu vas manger » ne fonctionne pas. Linus finit par pleurer, il va avaler la nourriture mais ne goûte pas ce qu’il mange.
Ervaring van Cidalia:
Si les enfants ne veulent pas manger/goûter, elle leur dit de prendre encore deux bouchées (pour vraiment goûter) et puis ils peuvent arrêter s’ils n’aiment pas.
Mening van Lynn de Merlier:
Il ne faut pas forcer un enfant car on va rentrer en conflit et les parents ne vont pas gagner. Les parents doivent progressivement changer les habitudes (sur la façon dont se passe les repas) : emmener les enfants aux magasins, laisser choisir les légumes, aider à les cuisiner, mettre la table.
Page 6 woordenschat en vertaling
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
F D I A B J C E G H
1. Tu es ce que tu manges et c’est pourquoi je trouve important que nos enfants mangent sainement.
2. Plus facile à dire qu’à faire.
3. Ce garçon choisit ce qu’il veut manger.
4. Nous nous demandons pourquoi il réagit ainsi.
5. Mon ventre me fait mal.
6. Si tu manges beaucoup de bonbons, alors tes dents tombent.
7. Ils découvrent les légumes de manière ludique.
8. Mon assiette est presque finie.
Page 7 over gezond leven
1. Heb je de indruk dat jongeren voldoende aan sport doen?
a) Ik vind dat we te weinig uren lichamelijk opvoeding hebben op school. We zouden op school meer moeten worden gestimuleerd om regelmatig aan sport te doen.
b) Er wordt vaak beweerd dat jongeren niet genoeg aan sport doen. Ze gaan niet meer met fiets of te voet naar school. Ze worden overal met de auto gebracht.
c) Ik ben ingeschreven bij een voetbalclub. Elke zaterdagmorgen heb ik twee uur training. Ik vind dat ik genoeg beweging heb.
d) Ik doe alleen aan sport in de zomervakantie of als het mooi weer is. Dat gebeurt niet zo vaak in België.
2. Hoe denk je over roken? (Wat denk je van roken?)
a) Ik vind dat volwassenen het goede voorbeeld zouden moeten geven. Dan zouden er misschien minder jongeren roken. Ikzelf rook niet.
b) Iedereen weet dat roken schadelijk is voor de gezondheid. Ik kan dus niet begrijpen waarom zoveel jongeren roken.
c) Ik ben me ervan bewust dat roken mijn gezondheid kan schaden. Dus begin ik er niet aan.
d) Ik ben vorig jaar begonnen met roken en ik kan er op het ogenblik niet mee stoppen. Ik zou dat wel willen, maar ik weet niet hoe ik dat moet doen.
e) Thuis rookt er niemand. Ik heb weleens een sigaretje gerookt, maar ik vind dat het vies smaakt.
Avoir l’impression que De indruk hebben dat L’éducation physique De lichamelijke opvoeding
Affirmer Beweren
S’insricre à Zich inschrijven bij
L’adulte De volwassene
Je suis conscient que Ik ben ervan bewust dat
Causer des dégâts Schaden
Pour le moment, pour l’instant Op het ogenblik
Le goût De smaak
3. Wat doe je om gezond te blijven?
a) Ik neem een stevig en gevarieerd ontbijt. Overdag probeer ik ook snoep en zoete drankjes te vermijden.
b) Ik rook niet, ik drink geen alcohol en ik zeg nee tegen drugs.
c) Ik zorg ervoor dat ik op tijd ga slapen. ‘s Morgens heb ik het dus niet moeilijk om uit bed te stappen.
d) Op school eet ik als tussendoortje een stuk fruit, maar veel van mijn vrienden eten liever junkfood.
4. Met wie praat je het liefst als je vragen hebt over je gezondheid?
a) Als het nodig is, raadpleeg ik mijn huisarts. Die kent me al van kindsbeen af.
b) Op internet kan ik lezen over wat andere jongeren van mijn leeftijd vertellen.
c) Ik kan altijd bij mijn moeder terecht om over mijn gezondheidsproblemen te praten. Ik vertrouw haar.
d) Als ik een probleem heb, spreek ik er eerst met mijn beste vriendin over. Die geeft me altijd goede raad.
5. Vind je dat we tegenwoordig gezonder leven dan vroeger?
a) Het spreekt voor zich dat de mensen nu langer leven dan vroeger. De levensverwachting in de westerse landen ligt veel hoger dan 100 jaar geleden.
b) Misschien niet gezonder, maar wel langer. De ontwikkeling van de geneeskunde en van de medische verzorging maakt het mogelijk om meer levens te redden.
c) We weten nu beter dan vroeger wat we moeten doen om gezonder te leven. Dat betekent nog niet dat iedereen er iets voor doet.
d) Luchtvervuiling en ongezonde voedsel hebben de laatste jaren nieuwe gezondheidsproblemen veroorzaakt.
Robuste Stevig
Éviter Vermijden
Je fais en sorte que Ik zorg ervoor dat
consulter Raadplegen
Faire confiance à qqn Iemand vertrouwen
Cela va de soi que Het spreekt voor zich
L’espérance de vie De levensverwachting
Sauver Redden
Page 9 woordenschat
Bewegen – gewicht verliezen – evenwichtig eten
Een stevig ontbijt – voldoende water drinken – de medische verzorging Het overgewicht – de warme maaltijd – de spijsvertering
1 2 3 4 5 6 7 8
E H B A F G D C
a) Beaucoup de jeunes ne prennent pas de petit-déjeuner parce qu’ils n’ont pas le temps.
b) Dès maintenant je vais arrêter les habitudes alimentaires malsaines et perdre du poids pour me sentir toujours en forme.
c) J’aimerais avoir des infos sur les aliments sains et les habitudes nocives.
d) A l école tu peux choisir entre un sandwich (repas de pain) et un repas chaud.
e) Je moet je niets ontzeggen om in goede gezondheid te leven.
f) Ik probeer te vermijden te veel zoete drankjes te drinken.
g) De jongeren brengen te veel tij door achter hun schermen en doen niet meer genoeg aan sport.
h) Niet ontbijten voor en examen kan tot een slechte prestatie leiden.
Page 11-12 goede redenen om aan sport te doen Ordre des intertitres :
1. Een goede conditie 2. Plezier maken 3. Jezelf overtreffen 4. Een perfect lichaam 5. Slapen
6. Yes, I can!
7. Nieuwe vrienden maken 8. Een gezonde geest 9. Con-cen-tratie!
10. Weg depressie
Liste des 10 avantages:
1) Faire du sport est bon contre certaines maladies tels que le diabète, l’obésité, les maladies cardio-vasculaires, le mal de dos
2) Faire du sport relaxe : cela libère des hormones du bonheur (endorphine et sérotonine) 3) On n’apprend à se fixer des buts et tout faire pour les atteindre (ce qui est aussi bon dans la
vie, à l’école, au travail)
4) Le corps devient plus mince et fort
5) On s’endort plus facilement (ce n’est pas une fatigue nerveuse)
6) On profite de la satisfaction que le sport nous donne. On est fier de soi.
7) On se fait de nouveaux amis.
8) On apprend à gérer la compétitivité/rivalité. On a une meilleure maîtrise de soi et on apprend à respecter les règles et les autres. On apprend à accepter la défaite.
9) Cela aide à la concentration à l’école. (augmente les résultats et diminue l’agressivité) 10) Être actif et voir du monde nous empêche d’avoir le temps pour avoir des pensées sombres
(bon contre la dépression).
Page 14 goede voornemens
Lijst van alle gezonde eetgewoontes Attitude
générale
- Ne pas sauter de repas : 3 repas principaux et 2-3 en-cas sains par jour - Avoir une alimentation variée et équilibrée ; les suppléments alimentaires
sont superflus et les boissons sportives ne sont pas recommandées
Boissons - Boire suffisamment avant et après l’effort : boire quelques verres d’eau 1h à 1h30 avant l’effort. Pendant l’effort de moins d’une heure, ce n’est pas nécessaire de boire sauf s’il fait très chaud (un gobelet tous les 1/4h) - En extérieur, il faut boire régulièrement et ne pas attendre que l’on a soif.
- L’eau est l’idéal mais on peut aussi boire une tisane, soupe ou bouillon en hiver. L’alcool et le café sont déconseillés (en petites quantités).
Nourriture/repas - Jsq 1h avant l’effort on peut manger un léger en-cas (fruit ou yoghourt). Le repas complet se prend 2h à 3h avant l’effort. Ce repas doit être riche en hydrate de carbone et pauvre en graisse (pâte, riz, pdt, céréales complètes, fruits et légumes, produits laitiers)
- Après l’effort, une tartine avec « garniture sucrée », un fruit ou un produit laitier maigre.