• Aucun résultat trouvé

Article

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2022

Partager "Article"

Copied!
2
0
0

Texte intégral

(1)

RE C H T S P R A A K

L A R C I E R T . B . H . 2 0 0 4 / 6 – J U N I 2 0 0 4 5 3 9

H O F V A N C A S S A T I E 4 M A A R T 2004

WAARDEPAPIEREN

Wisselbrief – Verplichte vermeldingen – Handtekening van de trekker – Tijdstip van beoordeling

Om te beoordelen of een titel de voor een wisselbrief vereiste bestanddelen bevat moet worden teruggegaan tot het tijdstip waarop betaling ervan wordt gevraagd. Het ontbreken van de handtekening van de trekker kan daarna niet meer wor- den hersteld.

EFFETS DE COMMERCE

Lettre de change – Mentions obligatoires – Signature du tireur – Moment de l’appréciation

Pour apprécier si un titre contient les éléments requis pour une lettre de change, il faut se placer au moment où son paie- ment est demandé. L’absence de signature du tireur ne peut plus être ultérieurement corrigée.

J.J. / Floorpul International NV

Zet.: I. Verougstraete (voorzitter), R. Boes (afdelingsvoorzitter), G. Bourgeois, G. Londers en E. Dirix (raadsheren) O.M.: G. Dubrulle (advocaat-generaal)

Pl.: Mrs. B. Maes en H. Geinger

I. Bestreden beslissing

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 16 februari 2001 gewezen door het Hof van Beroep te Gent.

II. Rechtspleging voor het hof

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

III. Middel

Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

– de artikelen 1, 8°, 2, 28, 30, 32 en 70 van de Wisselbriefwet (Wet van 10 juli 1964 tot invoering van een nieuwe Neder- landse tekst van de gecoördineerde wetten op de wissel- brieven en orderbriefjes).

Aangevochten beslissingen

Het hof van beroep verklaart, na te hebben vastgesteld dat de NV Prima Vac (thans verweerster) de veroordeling bekwam die ze had gevorderd bij dagvaarding van 3 december 1993, mede op grond van 40 wissels die eiser voor aval had ondertekend (nr. 2.1), waarvan er nog 36 in het geding zijn, “met vervaldagen telkens op de vijfde van de maand vanaf 5 september 1990 tot en met 5 augustus 1993”

(nr. 2.3), eisers “hoger beroep in die mate ongegrond dat het vonnis, wat betreft (verweerster en eiser) reeds wordt beves- tigd voorzover het (eiser) veroordeelt tot betaling van 2.316.096 BEF, meer de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet vanaf de dagvaarding tot de dag van de betaling”, onder meer op volgende gronden:

“5.

5.1. De NV Prima Vac meent hetzelfde als dat ze vordert op grond van de overeenkomst/factuur ook te kunnen vorderen op grond van geldige wisselbrieven.

...

5.2. Opdat er voor de avalgever een verbintenis zou kunnen voortvloeien is vereist dat er op de wisselbrief een handteke- ning van de trekker is geplaatst. Zonder die handtekening kan er geen sprake zijn van een geldige wisselbrief. In de conclusies van 14 september 1999 heeft (eiser) opgeworpen dat de wissels waarop (verweerster) zich beroept geen hand- tekening van de trekker dragen.

(Eiser) legt een brief voor van 29 maart 1994 (...) waarbij de raadsman van de NV Prima Vac de wissels in fotokopie mee- deelt. Blijkens die fotokopieën was er op deze wissels geen handtekening geplaatst voor de trekker. Waar de NV Prima Vac thans de originele wissels voorlegt, dragen deze wel de handtekening voor de trekker. Zolang de wisselvordering mogelijk is, kunnen de ontbrekende bestanddelen hersteld worden. De regularisatie na de dagvaarding stelt geen enkel probleem voorzover het gaat om wissels waarvan de verval- datum op de dag van de dagvaarding niet langer dan drie jaar verstreken was.

5.3. De NV Prima Vac legt 32 geldige wisselbrieven voor.

...

Gelet op de voorlegging van 32 niet-verjaarde geldige wis- sels van 72.378 BEF is (eiser) de betaling verschuldigd van 2.316.096 BEF”.

TBH-2004-6.book Page 539 Wednesday, May 26, 2004 10:04 AM

(2)

JU R I S P R U D E N C E

5 4 0 R . D . C . 2 0 0 4 / 6 – J U I N 2 0 0 4 L A R C I E R

Grieven

Artikel 1, 8°, van de Wisselbriefwet bepaalt dat de wissel- brief onder andere de handtekening van degene die de wis- selbrief uitgeeft (trekker) behelst, en artikel 2 van dezelfde wet bepaalt dat de titel waarin deze vermelding ontbreekt, niet als wisselbrief geldt, behoudens te dezen niet-toepasse- lijke gevallen (eerste lid). Uit de samengelezen artikelen 28, 30 en 32 van deze wet volgt dat eiser als avalgever in begin- sel zich ertoe verbonden heeft de wisselbrief op de vervaldag te betalen. Om te beoordelen of een titel de voor een wissel- brief vereiste bestanddelen bevat, moet worden teruggegaan tot het tijdstip waarop betaling ervan gevraagd wordt en bij- gevolg, de ontbrekende bestanddelen niet kunnen hersteld worden, zoals in het arrest wordt geoordeeld, “zolang de wisselvordering mogelijk is”, met name zelfs “na de dag- vaarding... voorzover het gaat om wissels waarvan de ver- valdatum op de dag van de dagvaarding niet langer dan drie jaar verstreken was”. De in artikel 70, eerste lid, van de wet bepaalde verjaringstermijn kan niet tot gevolg hebben dat voormeld tijdstip van beoordeling van de geldigheid van de wisselbrief wordt verschoven en bedoelde verjaring geldt overigens enkel voor de rechtsvorderingen voortvloeiend uit een geldige wisselbrief.

Hieruit volgt dat het hof van beroep, zonder de stelling van eiser te betwisten dat er op de dag van de dagvaarding (3 december 1993) op de wissels geen handtekening was geplaatst voor de trekker, maar integendeel vast te stellen dat op 29 maart 1994 deze handtekening op de wissels ont- brak, eiser niet wettig tot betaling van het bedrag van voor- melde 32 wissels van 72.378 BEF, hetzij in totaal 2.316.096 BEF, veroordeelt, op grond dat “zolang de wissel- vordering mogelijk is (...) de ontbrekende bestanddelen (kunnen) hersteld worden” en “de regularisatie na de dag- vaarding (...) geen enkel probleem (stelt) voorzover het gaat om wissels waarvan de vervaldatum op de dag van de dag- vaarding niet langer dan drie jaar verstreken was” (schen- ding van alle in het middel vermelde wetsbepalingen).

IV. Beslissing van het hof

1. Grond van niet-ontvankelijkheid van het middel Over de door verweerster opgeworpen grond van niet- ontvankelijkheid: het middel vraagt een onderzoek van fei- ten:

Overwegende dat het arrest te kennen geeft dat, volgens zijn beoordeling, de handtekening van de trekker op 29 maart 1994 nog niet was aangebracht en dus slechts aangebracht werd nadat de betaling werd gevraagd;

Dat de grond van niet-ontvankelijkheid moet worden ver- worpen;

2. Middel

Overwegende dat, krachtens artikel 1, aanhef en 6°, van de Wisselbriefwet, de wisselbrief de naam behelst van degene aan wie of aan wiens order de betaling moet worden gedaan;

dat, ingevolge artikel 2 van die wet, de titel waarin die ver- melding ontbreekt, niet als wisselbrief geldt; dat, om te beoordelen of een titel de voor een wisselbrief vereiste bestanddelen bevat, teruggegaan moet worden tot op het tijdstip waarop betaling ervan wordt gevraagd;

Overwegende dat het arrest vaststelt dat de 32 wisselbrieven die door de rechtsvoorganger van verweerster op 29 maart 1994 werden overgelegd, niet de handtekening van de trek- ker bevatten en dat die partij “thans de originele wissels voorlegt (die) wel de handtekening voor de trekker (dra- gen)”;

Dat het arrest oordeelt dat “zolang de wisselvordering moge- lijk is, het ontbreken van de handtekening van de trekker kan worden hersteld” en dat “de regularisatie na dagvaarding geen probleem (stelt)”;

Dat het op die gronden eiser veroordeelt tot de betaling van het bedrag van voormelde wisselbrieven;

Dat door aldus te oordelen, het arrest de artikelen 1, aanhef en 6° en 2 van de Wisselbriefwet schendt;

Dat het middel gegrond is;

Om die redenen, Het hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt dat het hoger beroep in die mate ongegrond is dat het vonnis “wat betreft de NV Floorpul International en J.J., reeds wordt bevestigd voorzover het J.J. veroordeelt tot betaling van 2.316.096 frank, meer de gerechtelijke rente aan de wette- lijke rentevoet vanaf de dagvaarding tot de dag van beta- ling”;

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;

Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen.

(...)

TBH-2004-6.book Page 540 Wednesday, May 26, 2004 10:04 AM

Références

Documents relatifs

Toen de Tridentijnse wetgevers de krijtlijnen uitzetten voor het gebruik van muziek in religieuze context, konden de bisschoppen niet vermoeden dat binnen een paar decen- nia

Gelet op het ministerieel besluit van 10 juni 1999 houdende benoeming van de leden van het College van geneesheren voor de functie “intensieve zorg”, gewijzigd door het

Dans l'arrêté ministériel du 10 juin 1999 modifié par l’arrêté ministériel du 22 mai 2003, portant nomination des membres du Collège de médecins pour le service de

Het komt overeen met hetgeen is bepaald in artikel 3 (zie punten 41 en volgende). 133 In het geval van nationaliteit is, evenals in het geval van gewone verblijfplaats, het

De investeringskosten besteld tussen de T-4 en T-1 veiling komen echter niet in aanmerking voor het bepalen van de capaciteitscategorie, waardoor deze investeringen

Het hof van beroep stelt zelf op pagina 9, met overname van de redenen van de eerste rechter, vast dat het betwiste gedeelte, dat bij wijze van minnelijk kantonnement werd geplaatst

bovenvermeld geval a) van toepassing is, of 50 % van het Tarief voor externe inconsistentie indien bovenvermeld geval b) van toepassing is. de het genoemde

Het maximaliseren van de intraday -capaciteit lijkt niet onder de bestaande stimulans te vallen terwijl dit uitermate belangrijk is voor de markt, en zelfs aan belang